“Zaadjes van verwarring”

Hoe de genderideologie kinderen laat twijfelen over wie ze zijn.

“Mam, ik denk dat ik misschien tóch een meisje ben.” Met een nadenkend gezicht staat Roan bij het aanrecht waar zijn moeder de laatste hand aan het eten legt. De moeder van Roan kijkt even verbaasd naar haar zoon, maar dan gaat haar een lichtje op. In de klas van Roan stond vandaag “seksuele vorming” op het programma… Een onwaarschijnlijk verhaal? Helaas niet! Sinds 2012 zijn scholen verplicht om kinderen in het basisonderwijs, voortgezet (onderbouw) en speciaal onderwijs seksuele vorming aan te bieden. In het basisonderwijs kunnen kinderen vanaf groep 1 les krijgen in die vorming. Het woord vorming geeft aan, dat kinderen in hun denken gevormd worden. Als we de maatschappelijke ontwikkelingen volgen, wordt duidelijk in welke richting dit vormingsproces zich ontwikkelt en wat er daarbij op het spel staat.

De genderkoek 
Een middel dat wordt ingezet om het denken van kinderen te vormen is “de genderkoek” 1.Kinderen zien een plaatje van een koek in de vorm van een menselijk lichaam waarop symbooltjes zijn aangebracht. De genderkoek maakt onderscheid tussen het biologische geslacht, de genderidentiteit, de genderexpressie en seksuele aantrekkingskracht

Het biologische geslacht, dat van man of vrouw, wordt gerelativeerd. Men zegt hierover, dat het geslacht van een kind bij de geboorte wordt ‘toegekend’ (in plaats van vastgesteld) op grond van geslachtskenmerken. Aan de ‘genderidentiteit’ lijkt meer waarde te worden gehecht. Die identiteit wordt vastgesteld op grond van iemands eigen gevoel. Iemand voelt zich jongen, meisje of iets anders. Men spreekt van een spectrum, je bent geen jongen óf meisje, maar er is een spectrum aan mogelijkheden. De term genderidentiteit is misleidend, want het suggereert iets over de daadwerkelijke identiteit van iemand te zeggen. Die term vertelt niet wie iemand ís, maar hoe iemand zich vóélt. Met genderexpressie wordt bedoeld, dat iemand zich op allerlei verschillende manieren kan uiten, kleden en gedragen. Ook hier is weer een spectrum van mannelijk naar vrouwelijk. Kinderen leren, dat dit oké is, (gender)diversiteit is iets om te uiten en te vieren. En los van dit alles ziet men seksuele aantrekkingskracht. Het hart op deze koek laat zien dat iemand zich aangetrokken kan voelen tot mannen, vrouwen, non-binaire personen, geen van deze personen of juist al deze personen. Ook dit wordt gepresenteerd als iets neutraals of positiefs, er zijn allerlei soorten liefdesrelaties mogelijk. Een eindeloos aantal combinaties van identiteiten en relaties is volgens deze ideologie denkbaar. Woorden als tolerantie, sociale veiligheid, veelkleurigheid, diversiteit, eigen keuze en vrijheid spiegelen dit alles aantrekkelijk voor. Kinderen mogen zelf kiezen wie en wat ze zijn en hoe ze zichzelf presenteren. Kinderen leren ook, dat het goed is om anderen volledig te accepteren in wie en wat ze willen zijn. Het gaat niet alleen om het respecteren van mensen en hun gevoelens, maar om het actief uitdragen dat je de ander steunt in hoe iemand zichzelf ziet en presenteert. Een leidster van een christelijk jeugdkamp vertelde hierover, dat de hele groep applaudisseerde toen een meisje vertelde, dat ze biseksueel was. Ook door evenementen als ‘paarse vrijdag’ 2 (al vanaf groep 1 van de basisschool!) en het hijsen van de regenboogvlag worden kinderen gestimuleerd om een positief standpunt in te nemen ten opzichte van de genderideologie. Maar, ís het werkelijke vrijheid om je eigen identiteit te kiezen (zelfidentificatie)³ en máákt de volledige acceptatie van ieders zelfbepaalde identiteit onze maatschappij veiliger?

Werkelijke worstelingen
Genderdysforie bestaat. Er zijn kinderen die soms al op heel jonge leeftijd verwarring ervaren over hun geslacht. Ze zijn jongen, maar voelen zich meisje of andersom. Voor deze kinderen, en hun ouders, kan dit een erg moeilijke weg zijn. Ze hebben goede en zorgvuldige begeleiding nodig om hier een weg in te vinden. Het gaat om een kleine minderheid van alle kinderen en bij de meeste van deze kinderen (ongeveer tweederde) verdwijnen deze gevoelens, als ze in de puberteit komen. Jongens voelen zich dan een man en meisjes voelen zich dan een vrouw. Ook zijn er kinderen die geboren worden met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken: interseksen. Soms laat hun lichaam niet duidelijk zien of ze jongen of meisje zijn. Ook voor deze kinderen en hun ouders geldt, dat ze goede en zorgvuldige begeleiding nodig hebben. Sommige jongens ervaren in hun puberteit, dat ze zich aangetrokken voelen tot iemand van hetzelfde geslacht. Ook voor meisjes kan dit gelden. Eveneens kan het zijn, dat jongens en meisjes nog niet zeker zijn tot welk geslacht ze zich aangetrokken voelen. Deze gevoelens kunnen leiden tot verwarring, schaamte en eenzaamheid. Het is belangrijk dat er voor deze kinderen en tieners een veilige plek is om in gesprek te gaan. Ja inderdaad, sociale veiligheid en tolerantie zijn, zeker ook voor deze kinderen en tieners, belangrijk! Toch is de vraag of een ideologie van vrijheid en eigen keuze, als het gaat om identiteit en relaties voor deze en andere kinderen daadwerkelijk helpend is.

Een veilige plek
En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen (Gen 1: 27). De Heere God schiep geen spectrum aan identiteiten. Hij schiep man en vrouw. Als we de Bijbel verder lezen, ontdekken we dat mannen en vrouwen van elkaar verschillen. Hun lichamen zijn verschillend geschapen en ook verschillen ze in de taken die ze op zich mogen nemen. Mannen zijn geroepen om hun taak en roeping als man op zich te nemen en vrouwen zijn geroepen om hun taak en roeping als vrouw op zich te nemen. Ook voor menselijke relaties geeft de Bijbel duidelijke kaders. God is niet alleen de Schepper van man en vrouw. Hij is ook Degene die het huwelijk bedacht heeft, als de plaats waar man en vrouw een eenheid vormen. In onder andere Efeze 5: 22-33 wordt beschreven hoe man en vrouw elk een eigen plek hebben in het huwelijk en hoe ze elkaar aanvullen. In dit gedeelte wordt uitgelegd, dat het huwelijk een beeld is van Christus en de gemeente. Ten diepste laat het huwelijk iets zien van Wie God is: Zijn liefde en trouw worden weerspiegeld. Het huwelijk is ook de plek waar kinderen geboren kunnen worden. De lichamen van man en vrouw zijn zo geschapen, dat ze door een eenheid te vormen kinderen kunnen krijgen. Een gezin naar Gods ontwerp is bedoeld als veilige plek waar man en vrouw zich geliefd weten en elkaar aanvullen en waar kinderen veilig en beschermd kunnen opgroeien. In een veilig gezin leren kinderen wie God is. Ze leren door wat ze van hun ouders zien: de waarde van liefde, trouw en toewijding. Door de liefdevolle zorg van hun vader en moeder leren ze iets begrijpen van de liefdevolle zorg van hun hemelse Vader. De kaders die de Bijbel geeft over wie we zijn en hoe we relaties vormgeven, zijn goed en heilzaam en bieden veiligheid en orde. Kinderen die leren, dat ze de vrijheid hebben om te kiezen wie en wat ze willen zijn en hoe ze relaties vormgeven, worden op een dwaalspoor gezet. Het is geen vrijheid om (jonge) kinderen bewust aan het twijfelen te brengen over het geslacht, dat ze van hun Schepper gekregen hebben. Het is ook geen vrijheid om het Bijbelse concept van huwelijk en gezin te relativeren tot een vorm van samenleven naast een veelvoud aan andere samenlevingsvormen. Deze ideologie biedt geen vrijheid maar wanorde en verwarring. Het maakt veilige kaders betrekkelijk en veranderlijk en daardoor onzeker en onveilig.

Een opdracht
Misschien denkt u, dat het op de basisschool van uw kind wel meevalt. Weet u het zeker? Het is raadzaam om u te laten informeren over wat er precies geleerd wordt tijdens de lessen seksuele vorming, maar ook naar welke (schooltv-) programma’s er gekeken wordt, welke kinderboeken er zijn en dergelijke. Gelukkig zijn er basisscholen waar een Bijbels geluid klinkt, ook als het over deze onderwerpen gaat. Laten we bidden, dat dit geluid mag blijven klinken! In alle gevallen is het goed om er als ouder en/ of opvoeder van bewust te zijn, dat de genderideologie niet alleen op scholen gepromoot wordt. In steeds meer populaire kinderprogramma’s is er aandacht voor bijvoorbeeld transgenders. Ze worden gepresenteerd als voorbeeldfiguren. Ze durven het aan om taboes te doorbreken, ze strijden voor acceptatie en hebben het ultieme doel bereikt om helemaal ‘zichzelf’ te zijn. Ook kinderboeken, sociale media, tijdschriften en musea dragen steeds vaker deze genderideologie uit. Er worden zaadjes van verwarring in kinderhoofdjes geplant. De verwarring zit niet alleen in de leugen dat jongen of meisje zijn vooral een gevoel is, maar ook in de dubbele boodschap: om te voorkomen dat mensen worden gepest of buitengesloten is het nodig om alle vormen van diversiteit te accepteren en te omarmen. Ouders en opvoeders hebben de opdracht om ander zaad te zaaien, het goede zaad van Gods Woord. In een tijd van verwarring rond identiteit en relaties is het onze opdracht om kinderen goed en helder onderwijs te geven over deze onderwerpen. We mogen hun vertellen over Gods prachtige plan met het huwelijk en het gezin als veilige plek waar kinderen mogen opgroeien. Ze mogen leren, dat er een God is Die goede en heilzame kaders geeft waarbinnen ze kunnen groeien en ontwikkelen van jongen tot man of van meisje tot vrouw. Tegelijk is het goed om hen te leren om bewogen te zijn met de gebrokenheid bij mensen om hen heen en om niet alleen tolerant te zijn, maar ook moedig genoeg om in liefde de waarheid te spreken. Tolerantie zonder de waarheid te vertellen, laat mensen dwalen in het donker.  En hoe het verder ging met Roan? De moeder van Roan had zich goed ingelezen in de onderwerpen die op school behandeld werden. Ze had er een gewoonte van gemaakt om op de dagen dat Roan seksuele vorming kreeg, te bidden voor Roan, voor zijn juf en voor de klas. Bovendien hadden de ouders van Roan het onderwerp seksuele vorming al met hem voorbereid, voordat de lessen op school begonnen. De Bijbel was daarbij steeds hun leidraad geweest. Toen Roan met zijn vraag thuiskwam, kende zijn moeder hem al lang goed genoeg om te weten, dat het hier slechts ging om een vluchtige verwarring, veroorzaakt door een kringgesprek over transgenders. Ze kon de verwarring van haar zoon dan ook al snel wegnemen: “Roan dit is geen onderwerp waar jij over hoeft te tobben, jij bént een jongen!” Ook in deze tijd van verwarring is het mogelijk om kinderen een Bijbels fundament mee te geven als het gaat om identiteit en relaties. Net als de moeder in het voorbeeld mogen we bidden, dat de Heere God Zelf de harten en gedachten van kinderen zal bewaren (Filippenzen 4: 6 en 7). Een verantwoordelijke opdracht die we niet uit de weg mogen gaan, maar ook een opdracht die we in afhankelijkheid van de Heere God mogen volbrengen.

Mirjam Both

  

1  https://seksuelevorming.nl/onderwerpen/week-van-de-lentekriebels/thema-week-van-de-lentekriebels-2021-seksuele-en-genderdiversiteit/

2  https://www.paarsevrijdag.nl/basisschool#section-0

3  https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2021/05/06/vereenvoudiging-transgenderwet-wijziging-geslacht-in-geboorteakte-makkelijker

Inleiding
Halverwege de middag stapte ik door de deur van The Foundationi een internationale privéschool te Hardinxveld-Giessendam. Overal stonden kratten met groente en fruit in de hal, schalen met eieren, een kledingrek met mooie kinderkleding en andere spulletjes op een tafel. De directeur, Edward Koemans, heet mij welkom en verontschuldigt zich: “Een paar keer per week verkopen we goederen, waarvan de opbrengst voor de school is.” Medewerkers, ouders en kinderen geven een levendige indruk. Dit is niet alleen een school, dit is een gemeenschap!

Vorig jaar bestond Bijbel & Onderwijs veertig jaar. Bij de oprichting stond onderwijs voor ogen waarbij zowel de Bijbel als Christus centraal zouden staan. Dat was begin jaren tachtig broodnodig, omdat de invloed van de ‘sweet sixties’ ook bij de christelijke scholen binnenkwam. Nu des te meer. In ons laatste nummer schreven we kort over de start van de Bethábaraschool in Veenendaal en noemden we ook de school De Ceder in Boskoop al. In dit artikel een inkijkje bij The Foundation.

Hoe het begon? Een getuigenis
“In 2012 bogen mijn Britse vrouw en ik onze knieën in gebed met de vraag waartoe wij onze kinderen opvoeden, want we misten vrijmoedigheid om onze kinderen naar het christelijk voortgezet onderwijs te laten gaan. Academisch gezien was er best goed onderwijs in de buurt, maar de geestelijke atmosfeer ervoeren wij als een verhindering. In eerste instantie verdiepten wij ons in de homeschoolbeweging in de Verenigde Staten en Engeland. We kwamen soms chaotische en extremistische voorbeelden tegen, maar ook goede voorbeelden waarbij mensen vanuit een roepingsperspectief de juiste invulling gaven. In 2014 hadden we een dag van vasten en gebed met de broederraad in onze gemeente voor zending en andere gemeentezaken. We hebben een fijne christelijke basisschool in onze plaats, maar we hadden het verlangen de kinderen langer, tot en met een jaar of 16 onder ons te houden. Tijdens deze bijeenkomst werden we bepaald bij Num 32:16 en 17 waarin de Over-Jordaanse stammen het verlangen uitspreken om schaapskooien voor het vee te willen bouwen en vestingsteden voor hun kinderen vanwege de inwoners van het land. Onze gemeente heet De Schaapskooi en dus sprak ons dat aan. Gedurende de maanden daarna werden de woorden duidelijk. Eerst dachten we aan een kinderclub, maar daarna zagen we in dat kinderen thuis door de ouders opgevoed moesten worden. Een jonge zuster uit de gemeente wilde zich bekwamen in het geven van onderwijs aan kinderen van zendingsouders. Ze studeerde aan een Engelse Bijbelschool en liep stage bij De Ceder in Boskoop. Voor mijn werk was ik in de buurt en bezocht die school. Daar leerde ik het curriculum kennen en ervoer bevestiging. Ook andere gemeenteleden gingen kijken en we zochten contact met Christian Education Europeii. Ik wilde hen twee uur bezoeken tijdens een zakenreis, maar wat bleek tijdens de planning van de reis was er net een kennismakingsworkshop van twee dagen. Die heb ik daarop met een andere broeder uit onze gemeente bezocht en we ervoeren weerklank om op deze weg verder te gaan. In de tijd daarna hebben we gezien, dat God de juiste mensen op ons pad heeft gebracht om tot realisatie van de school te komen.
Er waren op dat moment vier gezinnen bij onze plannen betrokken. We vroegen ons af of het ook breder in onze gemeente gedragen werd. Door een gemeenteavond ervoeren we bevestiging om met onze plannen door te gaan: een stichting werd opgezet en een vrijwillige adviseur/projectmanager kwam op ons pad. In september 2016 zijn we van start gegaan met 22 leerlingen in de leeftijd van 4 tot 14 jaar. We hebben er best veel energie ingestopt en het blijft ook wel pionieren, ondanks de hulp uit Engeland d.m.v. een gefaseerd plan voor het opzetten van een christelijke school. We moesten het toch zelf waarmaken.

Missie
Wij geloven op grond van de Bijbel, dat kinderen geen eigendom zijn van hun ouders of van de staat, maar van God (Psalm 127:3). Ouders zijn rentmeesters van Gods eigendom. Hun kostbare en verantwoordelijke opdracht is deze kinderen op te voeden tot een godvrezend nageslacht (Maleachi 2:15 en Deuteronomium 6:5-7).

Omscholing en opstart problemen
De directeur vervolgt: “Het aantal aanmeldingen was meer dan we hadden verwacht. Er waren uitdagingen vanwege de leeftijdsspreiding van de kinderen. Er was een team, waaronder iemand die bij DeCeder een jaar lang stage had gelopen. Sommige vrijwilligers haakten af op verkeerde momenten. Toch zagen we, dat God voorzag, zoals door een zuster uit de gemeente die was aangesproken door de tekst De kinderen der eenzame zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde .. maak de plaats voor uw tent wijd (Jes 54:1,2). Op het juiste moment was ze beschikbaar en welwillend om in te springen. Daarna heeft ze haar talenten goed ontwikkeld en is ze betrokken in de dagelijkse leiding van de school verbonden.
Er waren verschillende keerpunten. Het ‘omscholen’ van klassikaal naar de individuele leerweg vroeg veel van de kinderen en het personeel. We waren verbaasd over de prestatiedrang en de strijd die ook onder onze eigen kinderen heerste. Er was een moment, dat we het niet meer zagen zitten. De kinderen hebben we toen naar buiten gestuurd om te spelen op het schoolplein. We zijn met het personeel op onze knieën gegaan om te bidden om genade.
We leerden zo om van minuut tot minuut, van dagdeel naar dagdeel, genade en kracht af te smeken om door te gaan, in afhankelijkheid van Hem. Onder deze druk werden gaven en talenten van de ouders duidelijk. De Heere begon te voorzien in nieuwe energie en kracht om door te gaan: wijsheid, middelen, een Engelssprekende uit Amerika en mensen met een academische vorming. We zijn nu zes jaar bezig en hebben een mooi pand ontvangen, waar ruim 50 leerlingen les krijgen. Er is zelfs een grote wachtlijst. De eerste leerlingen gaan volgend jaar van school en we zitten nu in afrondingsprojecten. Ik kan wel zeggen, dat deze school niet is geplant maar geboren.” 

Wat valt er te leren uit jullie verhaal?
Ons unieke verhaal is duidelijk en dit is niet zomaar te kopiëren. Het perfecte plaatje is om te beginnen met een kleuterklas en vanaf groep 3 het individuele leren. Veel gezinnen worstelen echter met het geestelijk klimaat op de scholen waar hun kinderen nu naartoe gaan. De leraren zijn niet meer in staat om de invloed vanuit de wereld te stoppen in de klas. Ouders melden hun kinderen aan met verschillende leeftijden en denkniveaus. Leerlingen op havo/vwo-niveau passen zich makkelijker aan om les in het Engels te krijgen. Voor de meer praktische kinderen en zij op mavo-niveau is de Engelse taal vaak een hele uitdaging. Kinderen raken daardoor achterop en het kost een jaar om alles weer in te halen. De school moet ook niet afhankelijk blijven van de pioniers. De betrokkenheid van kerkelijke gemeenten is daarom essentieel.

Waarom kiezen de ouders voor deze school?
De meeste ouders kiezen voor deze school vanwege het geestelijke klimaat. Ze beseffen, dat er een strijd gaande is met als inzet het denken van hun kinderen. Opvoeding is per definitie een religieuze activiteit en daarom nooit neutraal. Waarden en normen moeten een kind bijgebracht worden.

Wereldbeeld

Christelijke wereldvisie

Seculiere, humanistische wereldvisie

Oorsprong

Schepping

Evolutie

Waarheid

Objectief

Subjectief

Ethiek

Universeel

Situationeel

Einddoel

Voor Christus

Nihilisme

Hoewel scholen zichzelf christelijk of ‘School met de Bijbel’ noemen, blijkt in de praktijk, dat het gedachtegoed van het humanisme in de school is doorgedrongen. Dit blijkt onder meer uit de acceptatie van de social media, de leerstof en de seksuele vorming. Het kind staat centraal waarbij de Bijbel voor het dagelijkse leven weinig relevantie heeft. Er zijn nog wel goede christelijke basisscholen in de omgeving, maar de meeste jongeren bezwijken onder de groepsdruk in het vo. Sinds kort zijn wij verplicht om de Europese waarden te onderwijzen waaronder gendergelijkheid. Vanwege de wetgeving op het gebied van bijzonder onderwijs kunnen wij in Nederland invulling geven zoals we dat doen.

Speerpunten zijn een individueel traject met karaktervorming en bijbels gecentreerd onderwijs
Onderwijs wordt op 5 dagen gegeven vanaf half negen tot drie uur. De laatste 1,5 uur zijn dan meer gericht op praktische onderwijsvormen. Ouders helpen dan ook. We gebruiken een systeem waarbij het kind niet kan blijven zitten, want het heeft een individueel leertraject. Een lesboekje wordt door de leerling doorgenomen, gevolgd door een toets. Als 80% van de stof beheerst wordt, mag het kind door, anders moet de stof opnieuw doorgenomen worden. Het is geen klassikaal systeem, maar een individuele leerweg die op eigen snelheid en op het eigen niveau kan worden gedaan. Er is ook geen Citosysteem.

De lesstof is niet alleen met een focus op academische, maar ook op karaktervorming. Elk jaar neemt een kind 60 tot 72 boekjes door. In elk boekje is een rode draad waarin één karaktertrek van de Heere Jezus centraal staat. We onderscheiden 60 karaktereigenschappen van Christus en elk jaar komen alle eigenschappen in de lesstof aan de orde. Op deze wijze wordt voor elk kind elk schooljaar Christus als karakterspiegel voorgehouden. We krijgen vaak complimenten dat onze kinderen netjes, vriendelijk en punctueel zijn.
Verder heeft elk lesboekje een Bijbeltekst die de kinderen uit het hoofd moeten leren. Bij de afsluiting van de lesstof wordt dit gecontroleerd. Kinderen hebben zo gedurende hun hele schooltijd meer dan 800 Bijbelteksten als zaadjes in hun hart geplant. Het Woord van God moet weer terug in onze maatschappij en hoe kan dat beter dan vanuit de harten van onze en Zijn kinderen.
Wat mij opvalt, is dat kinderen zich anders ontwikkelen. Ze zijn langer kind, mogen dat ook zijn, onwetend van de problemen van de volwassenwereld. Dit komt door godvrezend, media-arm onderwijs. Telefoons moeten tijden de schooltijd worden ingeleverd.

Wat is de relatie tussen de opvoeding thuis en de school?
Het antwoord lezen we met name in Deuteronomium 6 waarin ouders worden opgeroepen om de inzettingen en verordeningen van de HEERE te onderhouden en te leren (in te prenten) aan hun kinderen en kleinkinderen. Thuis en onderweg staat er letterlijk. Ouders zijn dus in eerste instantie verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Wij zien de school als platform die ouders ondersteunen bij de opvoeding. Wij hebben een dienende taak als school. Ouders zijn niet alleen medeverantwoordelijk voor de financiën, maar moeten ook drie uur per week bijdragen aan het onderwijs/de school. Ouders hebben daarom bij aanmelding een sollicitatiegesprek waarbij gekeken wordt naar hun talenten en hun agenda. Ze helpen mee in de pauze, in het learning centre, bij muziekles, geven bij- en gastlessen etc. Er zijn schoonmaakdagen, klusgroepen en een ouderadviesgroep die het bestuur raad geeft. Deelname is in principe verplicht.

Wat zijn de kosten van privéonderwijs?
Dit onderwijs kost tussen de €300 – €400 per kind per maand. Er zijn privéscholen in Nederland die een veelvoud daarvan vragen. Wij proberen door de inzet van ouders de kosten zo laag mogelijk te houden en houden ook rekening met het aantal kinderen dat ze op school hebben (plafond) en hun draagkracht. Er worden ook giften gegeven. Wij vinden dat deze wijze van onderwijs voor iedereen beschikbaar moet zijn.

Welke scholen staan open voor vervolgstudies?
Behalve voor het vak Nederlands valt The Foundation niet onder de Nederlandse onderwijsinspectie. De school is aangesloten bij de Britse organisatie CEE (Christian Education Europe), en staat onder toezicht van ICCE (International Certificate of Christian Education). Vervolgstudies staan open op basis van dit certificaat, dat dus door het ministerie is geaccrediteerd. Uitstromen op basis van een certificaat ‘Vocational’ (beroepsopleiding) of ‘General’ (algemeen) geeft toegang tot het mbo. Het certificaat ‘Intermediate’ is voor het hbo en ‘Advanced’ geeft toegang tot de universiteit. Omdat deze vorm van onderwijs en certificering niet zo bekend is in Nederland, kan het zijn dat een school of universiteit om een toelatingsexamen vraagt. Dat is hetzelfde voor buitenlandse leerlingen en studenten die in Nederland komen studeren.

Conclusie en oproep
Mijn eigen conclusie na dit bezoek is, dat het mogelijk is om werkelijk een school met de Bijbel te zijn waar Christus centraal staat in het onderwijsprogramma. Ouders kunnen het niet uitbesteden aan de scholen of de overheid. Het doet mij denken aan een avond over identiteitsbezinning op een christelijke school voor voortgezet onderwijs. De focus was aanvankelijk op uiterlijkheden, totdat Handelingen 17:28 werd aangehaald: ‘Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij’(HSV). Dat is de identiteit van christelijk onderwijs. Edward heeft nog een laatste hartenkreet voor voorgangers en gemeenteleiders om met elkaar in gesprek te gaan over visievorming voor opvoeding en scholing. Ik onderschrijf dat. Dit is een zaak die uitermate urgent is voor het voortbestaan van onze eigen kinderen en daarmee de toekomst van het christelijk getuigenis in Nederland.

 

i https://www.thefoundation.nl/nl/ De naam van de school verwijst naar 1 Korinthe 3:11. Jezus Christus is hét Fundament

ii Onze inspectie is Christian Education Europe. Er zijn wereldwijd 7500 scholen met 1.100.000 kinderen (incl. homescholing) die dit curriculum dat in de V.S. ontwikkeld is, gebruiken.

 

Swawek van der Meer

De Bond tegen het vloeken bekijkt ieder jaar het taalgebruik in kinderboeken. Eerst volgt een citaat uit de inleiding.

“De Bond tegen vloeken voert jaarlijks een Kinderboekenonderzoek uit. Bij dit onderzoek wordt gekeken naar de mate waarin grove taal gebezigd wordt. Een lezersjury noteert alle woorden die als grof en onbeschaafd bestempeld kunnen worden. Dat onderzoek is een puur kwantitatief onderzoek en heeft als zodanig een signaalfunctie. Rond de Kinderboekenweek brengt de Bond tegen vloeken verslag uit. De pers wordt ervan op de hoogte gesteld. De Bond wil met dit onderzoek aandacht vragen voor goed en respectvol taalgebruik in kinderboeken. Vloeken, scheldwoorden en andere grove taal passen volgens de Bond niet in een kinderboek. Lezen is voor de ontwikkeling van kinderen belangrijk. Het geeft ontspanning en plezier. Maar boeken zijn ook leerzaam en hebben tevens een opvoedkundige waarde. Kinderen volgen voorbeelden gemakkelijk na. Het is belangrijk dat zij in aanraking komen met respectvol taalgebruik. De Bond tegen vloeken wil geen literair oordeel geven over de kwaliteit van de kinderboeken. De deskundigheid van de Griffeljury en Kinderjury willen we dan ook niet in twijfel trekken. Wel kan het onderzoek dat de Bond tegen vloeken jaarlijks uitvoert, wellicht functioneren als een eye-opener. We zouden graag zien dat de genoemde jury’s bij hun oordeel ook rekening houden met de mate waarin grof taalgebruik voorkomt in het kinderboek. Veel grove taal zou dan niet in het voordeel van een boek moeten pleiten.

Welke boeken zijn onderzocht?
Het is onmogelijk om de aandacht te richten op alle kinderboeken die verschijnen of eerder verschenen zijn. Daarom richt het onderzoek zich op een aantal bekroonde boeken, zoals de boeken die van de Griffeljury (CPNB) een Zilveren Griffel of een Vlag en Wimpel hebben ontvangen. Daarnaast zijn enkele boeken beoordeeld die een nominatie van de Kinderjury hebben gekregen.”

In het overzichtelijke juryrapport komen achtereenvolgens aan de orde: de beoordeelde boeken, uitslagen van dat onderzoek, grafieken waarin het woordgebruik wordt verduidelijkt, conclusies, percentages grove taal in kinderboeken in de afgelopen 7 jaar en tenslotte vier bijlagen waarin het woordgebruik in 26 boeken wordt weergegeven. Bijlage 2 toont welke grove woorden in kinderboeken voorkomen.

Tenslotte wordt bijlage 1 overgenomen.

Boeken zonder grove taal (14 boeken)

 

Titel Schrijver/illustra tor Uitgever Categori e Waardering
1 Er lag een

trommeltje in het gras

Edward van de Vendel

Em. Querido’s

Uitgeverij

Tot 6 jaar

Zilveren Griffel

2

Maar eerst ving ik een monster

Tjibbe Veldkamp

Uitgeverij Lemniscaat

Tot 6 jaar

Zilveren Griffel

3

Beste broers

Jowi Schmitz

Uitgeverij Hoogland & Van

Klaveren

6 tot 9 jaar

Zilveren Griffel

4

Die kleine is Don, de lange is Sjon

Catharina Valckx

Em. Querido’s Uitgeverij

6 tot 9 jaar

Zilveren Griffel

5

Gozert

Pieter Koolwijk

Uitgeverij Lemniscaat

9 tot 12 jaar

Zilveren Griffel

6

Ons kasteel aan zee

Lucy Strange

Uitgeverij Gottmer

9 tot 12 jaar

Zilveren Griffel

9

De fantastische vliegwedstrijd

Tjibbe Veldkamp

Em. Querido’s

Uitgeverij

Tot 6 jaar

Vlag en Wimpel

10

Duizend-en-één

paarse djellaba’s

Lisa Boersen & Hasna Elbaamrani

Uitgeverij Gottmer

Tot 6 jaar

Vlag en Wimpel

11

Samen zijn we thuis

Stephanie Parsley Ledyard

Uitgeverij Gottmer

Tot 6 jaar

Vlag en Wimpel

13

De klusjesman

Øyvind Torseter

Uitgeverij De Harmonie

6 tot 9 jaar

Vlag en Wimpel

14

Vrijdag kom ik weer thuis

Robert van Dijk

Uitgeverij Gottmer

6 tot 9 jaar

Vlag en Wimpel

17

Koningskind

Selma Noort

Uitgeverij Leopold

9 tot 12 jaar

Vlag en Wimpel

22

Dog Man – De woef van de

wildernis

Dav Pilkey

Uitgeverij Condor

Tot 10 jaar

Nominatie Kinderjury

23

De Zoete Zusjes zoeken een schat

Hanneke de Zoete

Uitgeverij Kosmos

Tot 10 jaar

Winnaar Kinderjury

 Waardering

Alle lof voor de Bond die dergelijke onderzoeken al jaren doet. Ouders die bij de opvoeding rekening houden met het taalgebruik, kunnen hun kind (eren) op grond van dit werk van de Bond een verantwoord boek aanreiken. Het rapport is te lezen op www.bondtegenvloeken.nl/kenniscentrum-taal/kinderliteratuur.

 

 

Een suggestie voor jeugdkringen/gespreksgroepen

Mobiele telefoon
De smartphone kan de ‘wereld’ het leven van de mensen laten binnendringen. Via het internet maakt de smartphone het mogelijk om met slechts een tik verbinding te krijgen met morele gevaren en valse leerstellingen, of misleid te worden in een digitaal delict. Er komen steeds meer nieuwe mogelijkheden.
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:
Efeze 5:15; 1 Petrus 5:8; 1Johannes 2:15-17; Rom. 2:1, 2?

Pornografie
Pornografie is oververtegenwoordigd op internet. Veel van de zoekopdrachten op internet gaan over pornografie.
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:
Mattheüs 5:28; Job 31:1; Spreuken 6:23-28?

Popmuziek
Populaire muziek kan nauw verbonden zijn met onwettige seks. Popmuziek en rap kunnen je hart stelen voor de wereld.   
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten: 
 2Korinthe 6:17,18; Romeinen 13:14?

Video games
Videogames kunnen verslavend werken en zijn geweldige tijdverspillers. Veel van de games zijn occult en gewelddadig.
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten: 
Efeziërs 5:15-17; Spr. 6:9-11; Romeinen 13:13,14?

Sexting
Het verzenden van sexy foto’s via sms is populair. Veel jonge mensen beschouwen sexting als louter amusement. 
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:
Job 31:1; Spreuken 6:25; Mattheüs 5:28?

Twitter, facebook, enz.
De snelle spontane reacties en gebruik van onbeleefd taalgebruik veroorzaken polarisatie in de samenleving.
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:
Spreuken 12:18,19; Psalm 34:14,15; Spreuken 25:11; Mattheüs 7:1; Lucas 6:37?

TikTok
TikTok toont gebruikers een video over het gehele scherm en uitdagingen die levensgevaarlijk kunnen zijn. Op de achtergrond maakt de technologie gebruik van kunstmatige intelligentie om gebruikers aanbevelingen te doen. 
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:2Korinthe 5:10; Prediker 12:14; Psalm 139:23,24?

Instagram
De mobiele app om digitale foto’s en video’s uit te wisselen kan, door het geïdealiseerde beeld dat anderen tonen, het beoordelingsvermogen en het zelfbeeld beïnvloeden. 
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten: 
1Korinthe 4:5; 1Korinthe 6:19; Psalm 139:1,2?

Phishing
Phishing is het gebruik van e-mails die proberen gebruikers te laten klikken op schadelijke koppelingen of bijlagen.
●Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten: 
Psalm 119:37; Galaten 5:16?

Gedigitaliseerde criminaliteit 
Criminelen ronselen jongeren met een verhaal dat ze gemakkelijk geld kunnen verdienen.
● Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:
1Timotheüs 6:10; Spreuken 15:16?

Deep fake
Dit zijn met software bewerkte nepvideo’s of spraakberichten, die bijna niet van echt te onderscheiden zijn. Hierdoor lijkt het alsof iemand zegt of doet, terwijl dat niet zo is. 
● Welke Bijbelse adviezen kunnen we leren uit de volgende teksten:
Psalm 119:37; Mattheüs 10:16; Mattheüs 24:4?

 dr. W. Hoek

 

N.a.v.het artikel op wayoflife.org ‘The discipling church –  the church that will stand until Jesus comes’ is bovenstaand overzicht ontstaan.

 

 

Het grote probleem van onze tijd

Inleiding

In 1994 begon ik, 22 jaar jong, als leerkracht basisonderwijs in het kleine en mooie plaatsje Linschoten. Nadat ik in 1993 tot geloof was gekomen, zag ik in dit werk een prachtige mogelijkheid om de kinderen het evangelie bekend te maken. De school waar ik in groep vijf begon, was nog ouderwets een ‘School met de Bijbel’. In mijn naïviteit dacht ik op een echte christelijke school aan de slag te gaan. Maar al snel merkte ik, dat er een heftige interne geestelijke strijd gaande was. Iedere keer als ik sprak over de Heere Jezus kwam er tegenstand van de kant van sommige collega’s. Dagopeningen werden door hen gedaan uit een christelijk boekje met mooie humanitaire gedachten, maar als ik op zulke momenten uit de Bijbel voorlas, was de spanning voelbaar. Uiteindelijk werden de dagopeningen afgelast. Eén van mijn collega’s was duidelijk meer thuis in Oosterse zienswijzen dan in het Woord van God, terwijl anderen enkel vanuit traditie het christendom inkleurden met als gevolg dat de spanningen langzaam opliepen. Gelukkig waren er een paar collega’s die met mij meestreden. Bij sommige ouders thuis kon ik open spreken over de Heere Jezus en de Bijbel, we startten een gebedsgroepje, maar op school was het iedere dag een gevecht. Ik werd als ‘radicaal’ gezien. Het was voor mij een ‘School tegen de Bijbel’, erger nog dan een ‘School zonder Bijbel’. Is er nog toekomst voor een school ‘met’, of ‘vanuit’ de Bijbel? En wat is er eigenlijk mis met onszelf?

Strijd tussen licht en duisternis

We zijn inmiddels bijna dertig jaar verder. Sinds 2006 ben ik niet meer werkzaam in het onderwijs, maar maak ik nog wel deel uit van een kleine gebedsgroep op de basisschool van onze dochter van acht. We bidden iedere twee weken. Via mijn broer die werkt in het vo, blijf ik aardig op de hoogte. Veel is er sindsdien veranderd, maar ook veel niet. De strijd tussen het licht en de duisternis zal blijven, totdat Hij komt die ‘de zon der gerechtigheid’ wordt genoemd in Maleachi 4:2. We zien vandaag, in tegenstelling tot in ‘mijn tijd’, dat meer dan ooit, dat scholen worden gebruikt om het gedachtegoed van overkoepelende organisaties zoals de EU, de WHO en de Verenigde Naties aan kinderen op te leggen. Vandaag nog kreeg ik in een mail aangekondigd, dat bijna alle scholen in Harderwijk mee gaan doen met het project ‘Kinderen voor Duurzaamheid’ waarbij het klimaat het grote thema is. Inmiddels lopen kinderen vanaf groep 6 met mondmaskers op door de school van onze dochter en de dozen met zelftests liggen hoog opgestapeld in de gang. In de leesmethode worden delen uit ‘griezelboeken’ opgenomen, want ook dat ‘moet kunnen’.

De doelen van de Verenigde Naties 

De 193 lidstaten van de Verenigde Naties hebben zeventien doelen opgesteld voor hun ontwikkelingsagenda van 2015-2030. Het is de zoveelste vruchteloze poging van de mens om dat te doen wat alleen Christus kan: gerechtigheid en vrede brengen. Het vijfde doel van de VN is de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. De genderneutraliteit is al jaren aan een enorme opmars bezig en via diverse bronnen hoor ik, dat de seksuele verwarring onder jongeren sinds delockdowns alleen maar fors is toegenomen. Ook deze gedachten worden via scholen verspreid. Er hangen op sommige scholen regenboogvlaggen en er worden ‘paarse-truiendagen’ georganiseerd op het vo. De Tweede Kamer wil boetes en gevangenisstraffen voor ‘homo-genezingstherapieën’ en het zal niet lang meer duren, voordat men in openbare gebouwen zich niet meer mag uitspreken vóór het huwelijk zoals God dat bedoeld heeft. Toen ik laatst een informatieavond bezocht van de GGD over seksuele opvoeding van kinderen op de basisschool, rezen de haren me te berge. Er werd ouders geadviseerd tieners maar te laten experimenteren om zo te ontdekken ‘wat het beste bij ze past’. Met kleuters moesten de leerkrachten ‘het gesprek’ al aan durven gaan. Op een gereformeerde basisschool van bevriende gelovigen kon de directie niet anders dan een homoseksuele leerkracht voor groep 8 aannemen, want hem weigeren zou discriminatie betekenen en dat is nu eenmaal bij wet niet toegestaan.

 Vereisten voor leerkrachten

Wat te doen in deze neerwaartse spiraal aan invloeden die onze jeugd overspoelen? Kan de christelijke school nog wel genoeg tegengeluid bieden? Ik ben daar persoonlijk niet al te optimistisch over wat de scholen betreft. In de eerste plaats hangt het uiteraard van de leerkracht af. Een opnieuw geboren leerkracht die de Heilige Geest inwonend heeft, is een vereiste. Maar daarbij is het ook zeer wenselijk, dat hij/zij op de hoogte is van ‘de gezonde leer’. Dat voorkomt, dat men kinderen uitsluitend ziet als ‘uniek’, en ‘geliefd door God’, maar juist ook als nakomelingen van Adam die bekering nodig hebben. Kinderen zullen op van nature ook ingaan tegen de gezonde leer (zie 1Timotheüs 1:10). Een leerkracht die hen benadert als behorend tot ‘de natuurlijke mens’ (1Korinthiërs 2:14) heeft het juiste onderscheidingsvermogen. De lessen zullen vanuit de liefde van God tot doel hebben, dat kinderen begrijpen, dat God een keuze van hen vraagt, uiteraard uitgelegd op hun niveau. Waar vinden we nog dergelijke leerkrachten, als we tegelijk zien dat in kerken en gemeentes deze gezonde leer steeds meer wordt losgelaten en ook daar de mens steeds meer gestreeld wordt (zie 2Timotheüs 4:3) in plaats van vermaand en opgebouwd in Hem? In de meest recente nieuwsbrief van de school van onze dochter stond een ‘liefdesbrief’ van God afgedrukt met o.a. ‘Je bent prachtig’ en ‘Ik houd net zo van jou als van Mijn Zoon Jezus Christus’. De nadruk is volkomen komen te liggen op hoe bijzonder God ons wel niet vindt, waarbij het oordeel dat over de natuurlijke mens ligt, wordt weggelaten. Bovendien is Gods liefde er voor de gemeente, die is vereenzelvigd met zijn Zoon. Vooral bij oudere kinderen is het nuttig om, uiteraard in goede bewoordingen dit allemaal wel te benoemen. Het is immers het evangelie! Bovendien is de Heilige Geest de ‘weerhouder’ van dé wetteloze (zie 2Thessalonicenzen 2:6-7) en diezelfde Heilige Geest is de ‘Geest van de waarheid’ (Johannes 16:13). Het Woord van God is de waarheid.

De sleutelrol van ouders

Ditzelfde wordt uiteraard ook van ouders vereist. Geloofsopvoeding is in eerste instantie een taak van ouders en niet van de school. Daarom vervullen zij een sleutelrol in de geestelijke ontwikkeling van kinderen. Maar ook ouders behoren dit te doen vanuit de waarheid en dus vanuit de Geest van de waarheid. De waarheid van het evangelie is heel kort samengevat:

1. Alle mensen zijn verloren en dood voor God, wie ze ook zijn.

2. Christus is gekomen om hen te verzoenen met God door het kruis

3. Ieder die gelooft is verlost, vergeven en levend gemaakt voor God

4. Ieder die gelooft, is onderdeel van het lichaam van Christus, volmaakt met Hem vereenzelvigd voor God.

5. Christus in de hemel is nu het leven voor hen door de Heilige Geest

6. Het Woord van God, met name de leer van de apostelen, is hun leidraad.

7. God zal de wereld oordelen, voordat de eeuwige zegen komt.

In dit besef behoren we onze kinderen op te voeden, opdat ze ook aan ons kunnen zien dat Christus ons leven is. En dat is al lastig genoeg in een wereld waarin de ‘verborgenheid van de wetteloosheid’ (2Thessalonicenzen 2:7) al werkzaam is. Ouders en leerkrachten met dit verlangen horen dan ook elkaar op te zoeken en elkaar in deze dingen te bemoedigen. Zo zal er, in deze dagen van de ‘kleine dingen’ (Zacharia 4:10), met ‘kleine kracht’ (Openbaring 3:8) een ‘geopende deur’ zijn in vele jonge kinderlevens. Maar zoals gezegd is mijn zorg vooral het gebrek aan kennis onder de ouders die nog wel waarde hechten aan het gezag van de Bijbel.

Het gebrek aan kennis

Paulus had het niet nagelaten om de Efeziërs te verkondigen en te leren zowel in de huizen als in het openbaar dat ‘wat nuttig’ (Handelingen 20:20) was. Dit is de gezonde leer, de geopenbaarde waarheid over het christelijke geloof, de heerlijkheden van God in het aangezicht van Christus. Zoals onder het oude verbond God moest erkennen, dat zijn volk Israël verloren ging door het gebrek aan kennis (Hosea 4:6), zo is dit onder de zegeningen van het nieuwe verbond niet anders. Paulus schrijft al, dat zij het oor van de waarheid zullen afkeren en zich tot de fabels zullen wenden (2Timotheüs 4:4). De waarheid wordt steeds minder verkondigd en dus ook steeds minder gekend. Dát is de ware oorzaak van alle achteruitgang in de christelijke scholen. Het is niet de schuld van de wereld, niet van de besturen en directies, maar het is ónze eigen schuld. Wij hebben als gemeente van God de waarheid ingeruild voor ‘fabels’, voor een evangelie van een ‘fijn’ gevoel, zonder kruis voor de oude mens. Hadden wij dit ‘evangelie van de genade van God’ (Handelingen 20:24) vastgehouden, dan had de invloed van de wereld niet kunnen binnendringen in gemeentes, in de gezinnen en in de scholen. De Heere Jezus roept de gemeente in Filadelfia op: Houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt (Openbaring 3:11). We hebben het niet vastgehouden. We hebben ons laten beïnvloeden door de wereld, doordat we in slaap zijn gevallen (zie Mattheüs 13:25).

‘Maar jij’

Ik ben ervan overtuigd, dat het in deze laatste dagen aankomt op individuele verantwoordelijkheid. De tijd van gemeenten die een licht voor de omgeving zijn, is voorbij. Ditzelfde geldt voor scholen. Het zijn de individuele gelovigen binnen de gemeenten (ouders) en de scholen (leerkrachten) waar het nu op aankomt. Paulus schrijft daarom in zijn laatste brief, waar hij dit verval nauwkeurig beschrijft, driemaal: Maar jij (2Timotheüs 3:10, 14; 4:5). Timotheüs had persoonlijk nauwkeurig de leer en het leven van Paulus nagevolgd (vers 10). Dit vereiste van hem grondige studie van de leer van Paulus. Zo behoren wij ons ook veelvuldig te verdiepen in Gods Woord. Zo krijgen we zicht op de gezonde leer en alles wat daarbij past. Hij moest persoonlijk ervoor zorgen te blijven bij wat hem geleerd was (vers 14). Wij moeten ervoor waken de gezonde leer niet op te geven en in te ruilen voor dat wat het gehoor streelt. Hij moest ook persoonlijk ‘nuchter’ zijn in alles en het lijden aanvaarden, dat nu eenmaal het deel is van ieder die in de ‘christelijke’ massa pal staat voor de gezonde leer (2Timotheüs 4:5). Durven we als ouders nog uit te komen voor de waarheid? Durven we nog zaken die niet naar Gods wil zijn aan de kaak te stellen bij de directie? Zijn we bereid daar een stukje lijden in mee te nemen als we daardoor alleen komen te staan? Ons gebedsgroepje telt vier ouders. Het is de dag van de kleine dingen. Maar we verachten dit niet. We gaan door. U ook?

 

Dirk-Jan Jansen

 

Lectio divina Bijbelse duiding en weerlegging
Lectio divina is een van de rooms-katholieke meditatietechnieken. De naam is afgeleid van een Latijns woord dat ‘heilige lezing’ betekent. Het is een oude methode om de Bijbel langzaam op een herhalende wijze te lezen om de aanwezigheid van God te ervaren. Er wordt een woord of zin uit een deel van de Bijbel gehaald en die wordt enkele minuten herhaald (mantra!). Dat zal je dan moeten helpen om van gedachten en afleidingen af te komen, zodat je, zo wordt beweerd, de stem van God kunt horen en Zijn aanwezigheid kunt merken. Mystici als Thomas Keating en Richard Foster hebben lectio divina gepromoot. Zie ook op de site contemplatief bidden (2 artikelen) en mantra.


Lectio divina is bedacht door de afvallige Origenes in de derde eeuw en werd aangenomen als een rooms-katholieke praktijk in de middeleeuwen Het rooms-katholicisme kent enkele meditatietechnieken. De bekendste zijn: (1) het contemplatiefgebed, (bepaalde woorden blijven herhalen),(2) ‘lectio divina (een woord of woorden van een Bijbeltekst tot je laten spreken) en (3) soakingprayer (ontspannen en de Heilige Geest uitnodigen). Mede door het boeddhisme en hindoeïsme zijn deze meditatietechnieken toegenomen. Lectio divina wordt toegepast in een stille, prikkelarme omgeving en doorgaans met gedempt licht. Vaak zit je in een bepaalde houding. Wat wordt nu gedaan? Je neemt een tekst of een deel ervan uit de Bijbel en die wordt herhaald. De tekst wordt in wezen als een mantra gebruikt. De bedoeling hiervan is om God te ervaren. In de Bijbel wordt een dergelijke handelwijze nergens vermeld. Het gaat om ‘in God geloven’ en niet om Hem te ervaren. ‘Geef de duivel geen voet (Ef 4: 27)’ geldt zeker voor een dergelijke meditatietechniek. Je geest wordt door deze meditatietechniek bezoedeld (2Cor 7: 1).

Inleiding
Deze bijdrage is bedoeld als een aanzet tot bezinning op allerlei vormen van meditatie zoals die worden aanbevolen en ingezet in therapieën1 en inmiddels ook in geloofsgemeenschappen waar christelijke meditatie ‘in’ is. Ik wil iets zeggen over de schaduwkanten ervan en over de bezwaren tegen mediteren, ook bezwaren die Gods Woord noemt. Uiteraard is de slotvraag: hoe dan wel?

Meditatie
Meditatie is populair, waarschijnlijk vanwege zijn mooie beloften die het goed doen in een wereld vol stress, rumoer, slapeloosheid, onzekerheid en angst. Een citaat: ‘Alle grote leiders en succesvolle mensen weten het. Mediteren levert een hoop op. (…) Mij maakt het een stuk gelukkiger.’2 Heb je behoefte aan rust en stilte? Hindert stress je in je functioneren? Ga je gebukt onder spanningen in de relationele sfeer? Het beoefenen van een of andere vorm van meditatie kan je in balans brengen³. Het brengt rust en ruimte in je geest, of dat nu (hindoeïstische) transcendente meditatie4 is, boeddhistische (zen-) meditatie, islamitische of christelijke meditatie5. Het helpt je in de zoektocht naar je innerlijke kracht, het goddelijke of de godsopenbaring in jezelf. Die goddelijkheid kan echter zo verduisterd zijn, dat je er moeite voor moet doen om die te herontdekken. Een in 2014 uitgegeven glossy6 belooft op de omslag: ‘Wie stilte zoekt, vindt wat is verloren’. Meditatie wordt ook gezien als een heilzaam middel tegen agressie; het maakt dat mensen liefdevoller met elkaar omgaan en elkaar minder bevooroordeeld benaderen. De Dalai Lama zei daarover: ‘Als elke achtjarige in de wereld onderwezen wordt in meditatie, zal de wereld binnen één generatie zonder geweld zijn’. Het zou ook effectief zijn tegen verslavingen.

Effect
Meditatie wordt bij voorkeur beoefend in een stille, prikkelarme omgeving. Om je te concentreren op jezelf wordt het gebruik van een mantra7 aanbevolen: het voortdurend herhalen van een woord, een zin of een melodie. Dat mag een woord zijn dat je niet begrijpt, een woord uit een andere taal bijvoorbeeld. Je herhaalt het minutenlang zonder erover te denken, zodat je je geest afsluit en een soort trance ontstaat. Door die herhaling wordt namelijk een ‘overstap’ van je linker naar je hersenhelft bewerkstelligd, van het rationele naar het intuïtieve. Het bewuste denken wordt stilgezet en gedachten komen vanzelf op (of niet). Er zijn mensen die zeggen, dat ze door meditatie-oefeningen minder onderhevig zijn aan stress en dus meer rust ervaren, ook in hun werk. Anderen noemen dat ze meer controle over zichzelf hebben gekregen, over hun mentale welzijn.

Schaduwkanten
Kan dat, rust vinden in je innerlijk? Is meditatie een verantwoorde methode? Zitten er ook nadelen en gevaren aan? Die zijn er en ze zijn zowel psychologisch als religieus van aard. Een onderzoeksrapport uit 2018(8) relativeert de gunstige resultaten van meditatie. Een kwart van het aantal mensen dat gedurende minstens twee maanden regelmatig meditatie beoefent, blijkt onaangename neveneffecten te ervaren: angsten, verstoorde emoties en toegenomen onrust. Een deelnemer verklaarde, dat zij, elke keer wanneer zij zich op haar ademhaling concentreerde, een toename van haar angsten waarnam. Een ander zei: ‘Ik wordt hypergevoelig van meditatie en daardoor neemt mijn stress toe’. Een derde zei, dat ze als gevolg van het concentreren op zichzelf alleen nog maar vragen overhield als: ‘Ben ik wel normaal, is mijn ademhaling wel goed, mankeer ik iets aan mijn hart?’ Een ander onderzoek komt tot de conclusie, dat meditatie ernstige depressie, gevoelens van zinloosheid en zelfs suïcide tot gevolg kan hebben.9 Anderen krijgen hallucinaties of psychoses als gevolg van hun ‘vernieuwde gedachten’. Dr. Willoughby Britton10 constateerde, dat de schade maanden, jaren of zelfs levenslang kan duren. De stelling van de Dalai Lama blijkt ook niet houdbaar te zijn. Een rapport uit 2017(11 )stelt, dat agressie en vooroordelen niet afnemen door mediteren. Verbetering betreffende empathie en onderlinge sociale betrokkenheid werden alleen beschreven als de meditatie-instructeur ook mede-auteur van het onderzoek was. Mensen worden niet socialer en meer liefhebbend, als ze meditatie beoefenen. Merkwaardig. In magazines over stilte, retraite en meditatie wordt vrijwel nooit melding gemaakt van de mogelijke negatieve neveneffecten. Waarom niet? Eén op de drie deelnemers ondervindt nota bene negatieve gevolgen!

Bezwaren
Nu zou je meditatie kunnen afwijzen vanwege de schadelijke bijwerkingen. Er is echter meer aan de hand. Ook wanneer alle deelnemers uitsluitend gunstige ervaringen zouden hebben, blijft dit bezwaar staan: meditatie is een weg zonder God en Christus en plaatst dus de autonome mens in het centrum van zijn ervaringen en handelen. Dat licht ik toe. Onder het kopje ‘Effect’ heb ik iets gezegd over de methodiek van meditatie. De vraag is nu: lost dat iets op van je zorgen en problemen? Stel, dat je zorgen hebt op je werk of in een persoonlijke relatie. Wat zou dan het gunstige effect van meditatie kunnen zijn? Misschien dit: je stopt met denken; daardoor denk je ook niet aan je zorgen en daardoor ervaar je een zekere rust. Meditatie kan een gunstig effect hebben op je bloeddruk, je kunt je er rustiger door voelen. Maar je omstandigheden blijven onveranderd. Lijkt dat niet op het gebruik van tranquillizers, drugs en alcoholische dranken waardoor je problemen kleiner lijken? Het grootste en meteen het minst onderkende gevaar kunnen we ontlenen aan Jezus’ woorden over de onreine geest. ‘En wanneer de onreine geest van de mens uitgegaan is, zo gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust, en vindt ze niet. Dan zegt hij: Ik zal weerkeren in mijn huis, vanwaar ik uitgegaan ben; en komende, vindt hij het leeg, met bezemen gekeerd en versierd. Dan gaat hij heen en neemt met zich zeven andere geesten, bozer dan hijzelf, en ingegaan zijnde, wonen zij aldaar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste.’12 Oosterse meditatie is er op uit om je geest leeg te maken, je denken te stoppen en vervolgens in je te laten opkomen wat er vanzelf ontstaat. Iedereen die zijn eigen hart een beetje kent, weet dat het niet vanzelfsprekend is dat er woorden van God in je hart opkomen als ze niet eerst van God komen! Een leeg hart dat niet gevuld wordt door het Woord van God, Jezus Christus, het levende Woord, loopt groot gevaar om in bezit genomen te worden door de vader van de leugen!

Een van de technieken die gebruikt worden bij meditatie is het herhalen van een mantra. De Heere Jezus zegt echter: ‘En als u bidt, zo gebruik geen ijdel verhaal van woorden, zoals de heidenen; want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden. Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat u nodig hebt, eer u Hem bidt.’13 Het Griekse woord dat vertaald is met ‘verhaal’ betekent ‘herhalen’. Dat is nu precies wat meditatie met een mantra doet: een woord of zin wordt zo vaak herhaald, totdat men in een bepaalde toestand geraakt. Zo wil God niet benaderd worden! Stel u voor dat iemand u op die manier zou aanspreken als hij iets van u wil vragen. Dan voelt u zich toch niet serieus genomen? Daarbij is de bedoeling van de Heere Jezus natuurlijk, dat de verhoring van het gebed niet afhangt van de herhaling van woorden. Dat is tot oneer van God! Hij is genadig en barmhartig en voordat u Hem bidt, weet uw Vader al wat u nodig hebt. Mediteren richt zich volledig op jezelf. Je hebt er niemand voor nodig, hoogstens een instructeur. Dat moet toch een heilloze weg zijn! Heil, dat wil zeggen heling, vind je niet in jezelf. En als je al een god vindt in je innerlijk, dan is dat niet je Schepper en ook niet je Heiland. Ook zogenoemde christelijke meditatie leidt niet zonder meer in de juiste richting. Het leegmaken van je geest schept ruimte voor spontane gedachten; volgens sommige christelijke meditatieleiders zouden die gedachten ook God kunnen zijn. Iemand verwoordt het zo: ‘Wanneer je op zoek gaat naar wat God je wil zeggen, kun je je hart als kompas gebruiken. Leer naar je biddende hart te luisteren en vang de signalen op die het je ingeeft. Wees gericht op de goede signalen en vertrouw daarop. Wanneer je blij of enthousiast wordt, kan dat iets zeggen over de aanwezigheid van God en over het dichter bij God komen. Word je boos of geïrriteerd, dan kan dat duidelijk maken dat je op afstand van God komt. Zoek de echte vreugde die van God komt. Sta open voor troost en vertrouwen.’14 God Die in jezelf opkomt, je hart als kompas… in de Bijbel lees ik echter een heel andere taal!

Wat zegt Gods Woord?
Bijbelse meditatie, het overleggen of overdenken van Gods Woord maakt je niet leeg, maar vult je met dat Woord. In Jozua 1.8 lezen we daarover bijvoorbeeld: Dat het boek van deze wet15 niet wijke van uw mond, maar overleg het dag en nacht, opdat u waarneemt te doen naar alles, wat daarin geschreven is; want alsdan zult u uw wegen voorspoedig maken, en alsdan zult u verstandig handelen. We vinden hetzelfde woord, dan vertaald met ‘overdenken’, in Psalm 1.1-3: Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op de weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; maar zijn lust is in de wet16 van de HEERE, en hij overdenkt Zijn wet17 dag en nacht. Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal wel gelukken. In het Nieuwe Testament vinden we het Woord van God in de persoon van de Heere Jezus. Het overdenken van Zijn leven en Zijn werk, Zijn beloften en Zijn koninkrijk kunnen ons hart zo vullen, dat de zorgen van dit leven in een heel ander licht komen te staan. Hij is hét Licht der wereld. Onze God wijst ons in Zijn Woord één weg, dé Weg: Jezus Christus. Buiten Hem is er geen heil en geen rust. Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.18 Veelzeggend zijn in dit verband de woorden die Jezus sprak in Johannes 16. Hij zegt tegen Zijn discipelen dat Hij van hen weggaat en Hij kent hun droefheid daarover. Maar dan geeft Hij hun de belofte van de Geest Die komen zal. Wat een levenskracht en vreugde openbaart zich op de Pinksterdag als de Heilige Geest de harten van mensen vervult! Jezus zegt ook, dat hun droefheid blijdschap zal worden, want Hij zal hen weer zien en niemand zal die blijdschap van hen kunnen wegnemen. En dan besluit Hij met deze woorden: Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat u in Mij vrede hebt. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.’ Laten we over die woorden nadenken, zodat het verlangen naar Hem ons doet uitroepen: “Ja, kom, Heere Jezus!19

Hans van Buren.

1. Zoek bijvoorbeeld op het internet naar de termen ‘geleide meditatie’, ‘bodyscan’, ‘dankbaarheidsmeditatie’, ‘mindfulness’, ‘visualisatie’.

2. https://www.sannyzoektgeluk.nl/ontspannen-in-10-minuten-met-deze-meditatie

3. kernbegrippen zijn stilte, concentratie, meditatie, contemplatie.

6. ‘Stil. De reis naar binnen.’ Mirjam van der Vegt e.a., 2014

8. https://www.medicalnewstoday.com/articles/325167

9. ‘Dark Side of the Meditation: How to Dispel this Darkness’,
https://www.researchgate.net/publication/335365372_Dark_Side_of_the_Meditation_How_to_Dispel_this_Darkness

10. Willoughby Britton Ph.D., Assistant Professor of Psychiatry and Human Behavior at Brown University Medical School, an Assistant Professor of Behavior and Social Sciences in Brown University’s School of Public Health and the Director of Brown’s Clinical and Affective Neuroscience Laboratory.

11. ‘The limited prosocial effects of meditation: A systematic review and meta-analysis’ https://www.nature.com/articles/s41598-018-20299-z

12. Mattheüs 12.43-45.

13. Mattheüs 6.7-8.

14. https://visie.eo.nl/artikel/2018/08/wat-christelijke-meditatie-met-je-doet

15. Heb. Torah, d.w.z. onderwijzing, richtlijn, instructie.

16. id.

17. id.

18. Mattheüs 11.28

19. Openbaring 22.20b

Veel mensen vinden, dat alles wel zo’n beetje is gezegd als het gaat om abortus. Maar is dat zo? Ja, voorstanders van abortus konden jarenlang zonder weerstand uitleggen wat hen motiveert, maar de prolifebeweging moest het meestal doen met karikaturen van zichzelf, opgevoerd door diezelfde voorstanders. Als de pro-choicer voorbij de populaire karikatuur van de prolifer kijkt, wacht hem een regenboog van onaangeraakte argumenten voor de bescherming van het ongeboren leven. En die regenboog krijgt steeds meer kleuren.

In dit stuk wil ik de abortusdiscussie vergelijken met een actueel en prangend thema. We zullen een stap terug in de tijd zetten, langs de ethische overwegingen die het ongeboren menselijk wezen in het Westen vogelvrij maakten. Die kernwaarden leg ik vervolgens naast de snel ontwikkelende ethiek omtrent Covid-19.

Iedereen is pro-leven
We leven in een bijzondere tijd, waarin overheden hun burgers vragen te wennen aan het nieuwe normaal. U verwacht het misschien niet, maar over die nieuwe normaal valt veel te zeggen met het oog op een thema als abortus. Ik ga het niet met u hebben over de vraag of Covid-19 wel of niet gevaarlijker is dan de griep en of de maatregelen (lockdowns, bezoekbeperkingen, vaccinatie, afstand houden) goed werken of juist helemaal niet. Omwille van de discussie wil ik uitgaan van het hypothetische gelijk van onze overheid en de mensen die haar maatregelen steunen.

Veel langer dan de tijd die het kost om een kind te baren, hielden we afstand van elkaar en kwamen we zelfs niet meer op plekken waar we graag komen. En dat was nog niet alles. Tijdens de Covid-crisis accepteerden we, dat onze dierbaren eenzaam stierven en door slechts een selecte groep werden begraven. Sommigen van ons hadden bedrijven die ten onder gingen aan de maatregelen en weer anderen moesten een belangrijke operatie uitstellen vanwege overbezetting van de ziekenhuizen. Een aantal van deze zaken waren ingrijpende beperkingen van onze vrijheid van beweging. Hoewel dit een mensenrecht betreft, valt dit buiten de zogeheten niet-opschortbare rechten en is derhalve niet heilig.

Vrijheid van beweging kan gezien worden als een subcategorie van het zelfbeschikkingsrecht. Dit biedt een interessante parallel tussen onze maatschappelijke antwoorden op enerzijds de problemen van ongewenste zwangerschap en anderzijds een wereldwijd virus. Vanaf het begin van de maatregelen valt me namelijk iets op: iedereen is pro-leven. Sterker nog, iedereen vindt het de normaalste zaak van de wereld dat we wereldvreemde mensen beschermen tegen een vroege dood, door offers te brengen aan onze eigen vrijheden.

Misschien denkt u mij te hebben betrapt op een foutje. Want hoe kan ik zeggen dat iedereen met een pro-leven visie naar Covid-19 kijkt, als er behoorlijk wat tegenstanders van de maatregelen zijn? Sterker nog, onder hen bevinden zich opvallend veel mensen die zich op gebied van abortus pro-leven zouden noemen! Maar dan vergeet u het fundament. Die mensen zijn nog steeds pro-leven, alleen vinden ze oprecht dat de maatregelen niet in verhouding zijn of zelfs niet werken. Van hypocrisie is dus geen sprake, althans niet aan hun kant van de vijver. Het is immers de kant van de abortusvoorstanders waar een groot deel nu zweert bij de morele verplichting om wereldvreemde mensen, koste wat het kost, in leven te houden. Dat is opvallend, na een leven lang zweren, dat een moeder haar kind mag laten doden dankzij haar recht op zelfbeschikking. Het viel de voormalige Amerikaanse president Ronald Reagan al eens op, dat voorstanders van abortus altijd al geboren zijn. Op dezelfde manier valt mij nu op, dat iedereen pro-life is, als het hun eigen leven is dat op het spel staat.

Voelt u hoe de meerderheidsopstelling ten opzichte van Covid-19 schuurt met die ten opzichte van abortus? Zo niet, dan bent u mogelijk van mening, dat de pro-keuze visie ervan uitgaat, dat het ongeboren wezen geen mens is en er dus niemand wordt gedood. U heeft gelijk, als u zich hiervoor beroept op de ongetrainde abortusvoorstander, die zich nooit vastbeet in de materie, maar het vooral prettig vindt klinken, dat vrouwen bepaalde vrijheden behouden. Maar dat is niet de pro-keuzefilosofie die de Westerse abortuswetten beïnvloedde. Ziet u, de Nederlandse abortuswet spreekt nergens over een klompje cellen, maar hanteert de term “ongeboren leven”. Daarbij staat ook geschreven, dat de vrouw een zekere verantwoordelijkheid heeft over dit ongeboren leven. Dat zou een absurde opmerking van de wetgever zijn, als het uitgangspunt is dat er bij een abortus niets anders wordt verwijderd dan een levenloos klompje cellen.

De morele plicht om levens te beschermen
De abortuswet schotelt ons een “strijdbeeld” voor van twee menselijke wezens die fysiek met elkaar verbonden zijn geraakt. De gastvrouw, als het ware, houdt het leven van de andere entiteit in stand en niet andersom. Daarom is het de gastvrouw die mag bepalen, hoe lang dit leven in stand wordt gehouden. Deze oplossing van een uiterst unieke botsing tussen twee mensenrechten lijkt overgenomen van een, onder filosofen, breed gedragen argument uit de jaren zeventig van de vorige eeuw: het geen-plicht-tot-instandhoudingsargument. De Amerikaanse Judith Jarvis Thomson was één van de bekendste uitdragers van deze filosofie, die zij onder meer vormgaf met haar analogie van de beroemde vioolspeler.

In die analogie speelt zich een bijzonder tafereel af, dat moet dienen als een hypothetische vergelijking met een ongewenste zwangerschap: u wordt wakker en blijkt in een ziekenhuisbed te liggen. Al snel ziet u, dat er allerlei buisjes uit uw lichaam komen die leiden naar het bed naast u. De dokter komt binnen en legt uit, dat het andere bed wordt gevuld door een beroemde vioolspeler. Hij is terminaal ziek en u bleek de enige die hem kon redden. Met de unieke eigenschappen van uw lichaam houdt u zijn leven in stand, zodat artsen de tijd hebben om hem helemaal te genezen. “Verbreekt u de verbinding tussen de lichamen binnen nu en een bepaald aantal maanden, dan sterft de vioolspeler. Dat wilt u toch niet?”

Vervolgens stelt Thomson haar cruciale vraag: kan iemand worden gedwongen een ander mens in leven te houden met zijn of haar lichaam? Het doel van deze hypothese was om de discussie over de menselijkheid van het ongeboren wezen buitenspel te zetten. Volgens de filosofe bleek namelijk, dat het er niet toe doet of het een mens is. Al zou het een beroemde vioolspeler zijn, de afhankelijke persoon mag naar zijn sterven worden geleid, indien de ander haar lichaam niet wil laten gebruiken, bijvoorbeeld omdat ze geen vrijheden wenst op te offeren. Zou het nobel zijn om de persoon te redden? Ja, maar van een morele verplichting was volgens Thomson geen sprake.

De antwoorden van de prolifebeweging kwamen al snel na Thomsons publicatie. Zo heeft men destijds bepleit, dat de vergelijking om allerlei redenen niet opgaat. Om er slechts een paar te noemen: de vioolspeler is niet haar bloedeigen kind en het onthouden van levensreddende steun staat niet gelijk aan het actief doden van een menselijk wezen, zoals dat tijdens een abortus gebeurt. Voor het doel van dit artikel richt ik me echter op een ander punt van kritiek: Thomsons conclusie dat het geen morele verplichting zou zijn om een deel van onze zelfbeschikking te offeren, zodat een ander mens kan blijven leven.

U begint mijn motief misschien al te zien: momenteel vinden miljoenen Nederlanders het een morele verplichting om iemand te redden van een kleine kans op de dood. Mensen waar ze weliswaar niet fysiek mee verbonden zijn, maar de onderlinge afhankelijkheid is hetzelfde. Als u geen afstand houdt, gaan er immers mensen dood, zo liet de populaire opiniemaker Arjan Lubach zijn kijkers in maart 2020 weten. Het moge duidelijk zijn, dat onze overheid soortgelijke morele pressie nooit uit de weg is gegaan. En dat is mogelijk terecht, wil ik benadrukken. Nogmaals, ons gedachte-experiment is geen beoordeling van de coronamaatregelen.

“Oké, maar het is ook gewoon geen mens”
U heeft een punt als u zegt dat veel abortusvoorstanders (ook) vinden, dat het ongeborene geen mens is. Sterker nog, voor de meesten is dat het hele argument. Bovendien zijn de overwegingen van Thomson niet al te bekend bij het grote publiek. Maar het is duidelijk dat deze filosofie (en de huidige abortuswet) alle ruimte biedt voor het kwalificeren van een ongeborene als een mens, met de duidelijke boodschap dat deze mens mag worden gedood. De rechten van ongeboren mensen zijn dus afhankelijk van de welwillendheid van de moeder, aldus de wet.

Dit verklaart waarom abortusvoorstanders zelf geen tegenstrijdigheid ervaren bij het spreken van een kind, als de zwangerschap gewenst is. Zoals bij zoveel moderne thema’s spelen biologische feiten geen rol meer. Plooibare gevoelens bepalen steeds meer wie wij zijn en binnen het abortusthema wie anderen zijn.

Ideeën over een semi- of potentieel-menselijk wezen bestaan er natuurlijk wel binnen de filosofieën achter de pro-choice beweging. Maar het geen-plicht-tot-instandhoudingsargument bevat een filosofie die aan de wieg stond van leuzen als “baas in eigen buik”. Met de achtergrond van dit artikel snapt u wat deze leus echt betekent: het gaat niet om de vraag of abortus een stuk weefsel doodt of een mens. Boven alles staat het gegeven dat een vrouw baas is over haar eigen lichaam. Het maakt niet uit wiens leven van haar afhankelijk is, want het offer van een tijdelijk lot als “gever van leven” hoeft zij niet te maken, aldus Thomson; aldus de Nederlandse abortuswet.

Tijdelijke baas in eigen buik?
De leus betekent overigens ook, dat een vrouw altijd baas in eigen buik is. Dus niet slechts tot het kind levensvatbaar is of tot een ander moment tijdens de fysieke verbinding tussen de twee lichamen. Dat is de reden dat sommige abortusvoorstanders daadwerkelijk doorstrijden voor abortusrechten gedurende de gehele zwangerschapsperiode.

Dit standpunt wordt niet vaak gedeeld, vermoedelijk, omdat het een bepaald extremisme blootlegt. Voor de gemiddelde voorstander van abortusrechten gaat zoiets immers veel te ver, omdat zij abortus alleen kunnen legitimeren met het excuus dat er nog geen sprake is van een mens. Maar een vertegenwoordiger van Abortion Network Amsterdam (ANA) gaf in 2019 aan, dat de 24-wekengrens nog altijd een beperking is van de vrouwelijke zelfbeschikking. Een jaar later liet de oprichtster van Women on Waves, Rebecca Gomperts, zich in televisieprogramma De Vooravond ontvallen, dat het aan de vrouw zelf is om te bepalen tot wanneer haar zwangerschap kan worden afgebroken. Deze denkwijze komt rechtstreeks uit de ware filosofie achter het standpunt van abortusvoorstanders.

Wie het nog niet wist, beseft nu dat de verdediging van abortusrechten dikwijls gepaard gaat met een erkenning van het gelijk van pro-life: het gaat om mensen! Maar de tragische realiteit die erop volgt, is dat het strijden voor abortus daarmee geen decibel zachter wordt. Misschien zal Covid-19 de mensheid doen bekeren naar een erkenning dat zwakkere, afhankelijke mensen wel degelijk levens leiden die beschermwaardig zijn. Want dat onze ongeborenen mensen zijn, valt anno 2021 niet meer te ontkennen. Want het is opvallend dat voorvechters van abortusrechten het tegenovergestelde bepleiten, als het gaat om de coronamaatregelen. De sleutelwoorden van dat pleidooi – “offeren”, “beschermwaardigheid”, “naastenliefde” – lijken rechtstreeks overgenomen van het handboek dat de prolifebeweging al decennia hanteert.

Chris Develing.

Inleiding
Het klimaatdebat wordt unfair gevoerd. Eigenlijk is er geen klimaatdebat. Andersdenkende wetenschappers worden kaltgestellt. Dit geeft niet alleen een eenzijdige uitkomst van het debat, maar is ook een voedingsbodem voor complottheorieën op andere terreinen van het leven.

Klimaat of milieu
Deze twee woorden worden vaak door elkaar gebruikt. Toch hebben ze een verschillende betekenis. Het milieu is de biologische leefomgeving, ofwel alles om ons heen: grond, lucht en water. Het klimaat is het gemiddelde weer van de laatste 30 jaar. De relatie is, dat het klimaat een onderdeel is van het milieu. Het klimaatdebat komt voort uit het milieudebat.

Het milieudebat
De econoom en dominee Robert Thomas Malthus kwam in 1798 met de waarschuwing, dat de bevolkingsgroei sneller ging dan de groei van de voedselproductie met hongersnood als gevolg Zijn betoog leek rationeel. De toename van de voedselproductie zou gaan via een rechte lijn, en de aanwas van de bevolking als een kromme lijn die steeds sneller ging stijgen. Hiernaast is zijn stelling door een grafiek verklaard. Het punt S waar de rechte lijn de kromme lijn snijdt (geprojecteerd als T op de horizontale tijd-as), zou het moment zijn, dat de hongersnood zou beginnen. De jaren verstreken. De groei van het aantal inwoners van de meeste Europese landen verliep niet zoals de kromme lijn in de grafiek. Een van de oorzaken was het gebruik van voorbehoedsmiddelen. De hongersnood kondigde zich dan ook niet aan. Het volgende doemscenario was het rapport van de Club van Rome, getiteld: ‘De grenzen aan de groei’, dat in 1972 werd uitgebracht. Kort daarna brak de oliecrisis uit. De toenmalige minister-president Joop den Uyl kondigde de autoloze zondag af. Hij deed er nog een schepje bovenop door te verklaren, dat de wereld nooit meer hetzelfde zou worden. Grote woorden, maar niet waar. We moesten ons realiseren, dat de olieproducerende Arabische landen Nederland boycotten, omdat Nederland zich pro-Israël had verklaard tijdens de Jom Kipoer-oorlog (die duurde van 6-26 oktober 1973). Dus had de oliecrisis niets te maken met het rapport van de Club van Rome. Later bleek, dat veel voorspellingen die in het rapport van de Club van Rome waren opgetekend, niet zijn uitgekomen. In ieder geval, de toon was gezet; het milieudebat bleef op de agenda staan, maar werd voortgezet als klimaatdebat.

Milieubeleid
In 1980 kwam in Nederland het gifschandaal in Lekkerkerk aan het licht. Een hele nieuwbouwwijk, Lekkerkerk West met 300 woningen, bleek gebouwd op sterk verontreinigde grond. De vervuiling kwam aan het licht, nadat een waterleidingbuis brak die aangetast was door de inwerking van agressieve chemische stoffen. Het was de eerste grote bodemvervuilingsaffaire in Nederland. Deze gebeurtenis heeft tot een rationeel milieubeleid geleid (gereguleerd door de overheid) dat het milieu goed heeft gedaan. Denk bijvoorbeeld aan bodemsaneringen, inspanningen om het buitenwater (meren) schoon te krijgen, enzovoort. Uit eigen ervaring heb ik geconstateerd, dat sinds dit gifschandaal voor bedrijven het milieu-aspect steeds meer een issue werd, waar men rationeel mee omging. Een voorbeeld: in mijn bedrijf conserveerden wij in de jaren tachtig van de vorige eeuw staalconstructies (met oplosmiddel houdende verf) op een vloer van betonplaten. Dit was ons vergund door de Hinderwetvergunning. Later werden er nadere eisen gesteld aan de vloer, want die moest vloeistofdicht zijn. Die eis vloeide voort uit onze vernieuwde Hinderwetvergunning, die de toepasselijke naam Milieuvergunning had gekregen.

Het klimaatdebat
In 2006 publiceerde El Gore (vicepresident van 1993 – 2001 onder Bill Clinton) zijn boek An Inconvenient Truth, in het Nederlands uitgeven als Een Ongemakkelijke Waarheid. Het boek is ook verfilmd. Het bleek opnieuw een doemscenario te zijn, dat niet is uitgekomen. Al Gore en de zijnen gaan ervan uit, dat de aarde aan het opwarmen is door een verhoging van de CO2 -concentratie die wordt veroorzaakt door menselijke activiteiten. Het boek van Al Gore kreeg een enorme publiciteit. Er werd veel over het boek gesproken, maar het werd nauwelijks gelezen. Het is ook meer een kijkboek dan een leesboek. Een soort PowerPoint-presentatie. De vele afbeeldingen, maar vooral de grafieken (de later bekritiseerde ‘hockeystick’) zijn suggestief. De teksten die erbij geschreven zijn, zijn dit ook. Er staan tien gele katernen in van elk vier pagina’s met emotionele verhalen over zijn jeugd, zijn vrouw en meer van dergelijke softe onderwerpen. Het laatste gele katern met als titel De politisering van klimaatverandering staat vol met suggestieve verdachtmakingen aan het adres van ‘een paar multinationals en de regering Bush.  Op een van de laatste pagina’s staat:  Nu is het aan ons om gebruik te maken van onze democratie en het door God gegeven vermogen om met elkaar na te denken over onze toekomst, om morele keuzes te maken die het beleid en het gedrag te veranderen, omdat er anders voor onze kinderen en kleinkinderen en voor de mensheid slechts een afgedankte onttakelde en vijandige planeet resteert.’ Daarna de vraag: ‘Wat kun je zelf doen tegen klimaatverandering?’ De adviezen zijn triviaal en obligaat: ‘Je moet energiezuinige apparaten kopen, je huis isoleren, op heet water besparen, minder autokilometers rijden door meer te gaan wandelen en carpoolen.’ Ongeveer vijftien jaar later is duidelijk geworden, dat de voorspellingen die hij deed in zijn boek niet zijn uitgekomen. Bijvoorbeeld stelt Al Gore op pag. 45, dat op de toppen van de Kilimanjaro (bergmassief in Tanzania) ‘er over minder dan tien jaar op de Kilimanjaro geen sneeuw meer zal liggen’. Het boek toont foto’s van het bergmassief van achtereenvolgende jaren waarop steeds minder sneeuw (gletsjers) te zien is. Touroperators ter plaatse zijn er beter van geworden, omdat veel toeristen nog ‘het laatste beetje sneeuw’ wilden zien. Zij zagen echter altijd veel sneeuw.

Klimaatdissidenten
Het klimaatdebat wordt niet fair gevoerd. Wetenschappers die een ander standpunt innemen dan de ‘mainstream’ worden de mond gesnoerd. Ik noem hier de Nederlandse meteoroloog Henk Tennekes (niet te verwarren met zijn naamgenoot, die toxicoloog was). Henk Tennekes was onderzoeksdirecteur van het KNMI. Hij was het niet eens met het klimaatverdrag van Kyoto (1992). Hij werd als onderzoeksdirecteur van het KNMI ontslagen. In de New Scientist (12-2-2012) schreef de wetenschapsredacteur van de Volkskrant, Maarten Keulemans, het volgende over Henk Tennekens. Oud-onderzoeksdirecteur bij het KNMI, oud-hoogleraar lucht- en ruimtevaart in de VS werd ontslagen bij het KNMI wegens toenemend excentrieke opvattingen, waarbij hij bijvoorbeeld de Bijbel gebruikte om wetenschappelijke argumenten te ondersteunen. Raakte in conflict met het KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) over het klimaat en zegde daarna zijn lidmaatschap op.’
Frans van Helvoort schreef hierop de volgende reactie:

Verder zou ik u willen verzoeken om de stukken te benoemen die gaan over het gebruik of misbruik van de Bijbel in wetenschappelijke discussies zoals u bij Henk Tennekens aangeeft. Dan wordt dat voor iedereen duidelijk. Deze man is bij het KNMI ontslagen, omdat hij zijn twijfels had en nog steeds heeft over de klimaatmodellen. Als dit anders is, verneem ik dat gaarne van u met bronvermelding.’

Henk Tennekes is op 3 juli dit jaar op 84 jarige leeftijd overleden. In stilte. Ik heb nergens een In Memoriam kunnen vinden.  Dan de Australische wetenschapper, Peter Ridd. Hij wees erop, dat de berichten over het afsterven van het Australische Great Barrier Reef waren gebaseerd op ondeugdelijk wetenschappelijk onderzoek. Dat was tegen het zere been van enkele van zijn collega’s. Hij werd door de James Cook universiteit, waaraan hij was verbonden, ontslagen. Hij vocht zijn ontslag aan bij de rechter. Die stelde hem in het gelijk. Maar zijn ontslag bleef van kracht. Peter Ridd zal wel een flinke schadevergoeding hebben ontvangen, dus behoeven we geen medelijden met hem te hebben. Maar het gevolg is, dat weer een kritisch geluid werd geëlimineerd.

Verder noem ik Philippe Verdier. Het is 2015. In Frankrijk zijn de voorbereidingen van de klimaatconferentie die in december in Parijs gehouden zou worden, in volle gang. De minister van Buitenlandse Zaken, Laurent Fabius, had weermannen en –vrouwen opgeroepen om aandacht te schenken aan de ernst van het klimaatprobleem in hun uitzendingen. Philippe Verdier weigerde om aan dit verzoek van de minister gehoor te geven. Enkele maanden voor die grote klimaatconferentie die eind 2015 plaatsvond, publiceerde Philippe Verdier, toen chef van de meteorologische dienst van de Franse tv Climat Investigation. In dit boek neemt hij stelling tegen de ‘gangbare’ uitspraken over het klimaat. Na de publicatie van zijn boek werd hij ontslagen bij de Franse tv.  De bovengenoemden zijn niet de enigen. Ik noem nog de volgende namen van ‘klimaatdissidenten’: Richard (Dick) Lindzen, Judith Curry, Sally Baliunas, Patrick Michaels, Lennart Bengtsson en Susan Crockford. Deze opsomming is niet uitputtend. Tenslotte mag hier de naam van toenmalige president van Tsjechië, Václav Klaus, niet ontbreken. Een korte tijd, nadat ‘Een ongemakkelijke waarheid’ van Al Gore was uitgekomen, publiceerde Václav Klaus zijn boek De Blauwe planeet (niet groen). Klaus heeft in tegenstelling tot Al Gore een rustige betoogtrant. Zijn boodschap: we moeten waken voor een groene totalitaire ideologie. Een boodschap van iemand die in een communistische totalitaire wereld heeft geleefd. Deze boodschap wordt steeds actueler.

Klimaatbeleid
Op grond van dit eenzijdige en unfaire ‘klimaatdebat’ wordt er klimaatbeleid bepaald. Dit klimaatbeleid, in het bijzonder de bio-, wind- en zonne-energie, is funest voor het milieu. Ik noem: boskap (opwekken van elektriciteit via biomassa), landschapsvervuiling, vernietiging vogels, overlast en gezondheidsklachten voor omwonenden, waardeverlies van nabijgelegen woningen, vermindering van de biodiversiteit, opslagproblemen na het einde van de levensloop van het materiaal. De kosten zijn astronomisch en het effect op het klimaat is niet meetbaar. Ook niet aan het eind van deze eeuw. Verder hebben de hoge ‘klimaatuitgaven’ tot gevolg, dat andere sectoren in de maatschappij het moeilijk hebben. Ik noem hier de gezondheidszorg, onderwijs en defensie.

Complottheorieën
Met bovenstaande heb ik het klimaatvraagstuk niet uitputtend behandeld. Wel heb ik genoeg argumenten aangedragen om te laten zien, dat het klimaatdebat unfair gevoerd wordt. Daarbij is er sprake van een tweedeling. Mijn standpunt over het klimaat legt een hypotheek op mijn contacten. Want als ik met ‘klimaatgeestverwanten’ spreek, dan ervaar ik, dat zij over andere zaken heel anders denken dan ik. Bijvoorbeeld zij zijn anti-Amerikaans en vaak koesteren zij sympathie voor de Russische president Poetin. Maar als ik hun vertel, dat ik blij ben dat er zoiets als een NAVO bestaat, en dat ik niets moet hebben van Poetin, zijn ze stomverbaasd. Vaak houdt het gesprek op.  Maar ook omgekeerd. Tijdens een kerkelijke activiteit liet ik mij ontvallen, dat ik geen enkel geloof heb in de opvatting, dat de opwarming van de aarde het gevolg is van de menselijke activiteit. Ik voegde eraan toe, dat door Nederland vol te zetten met windmolens en zonnepanelen, dit nauwelijks soelaas zal bieden, en dat het energievraagstuk alleen kan worden opgelost door elektriciteit op te wekken met kernenergie. Afgezien van het feit dat men mij dan vol ongeloof aankijkt, verdenkt men mij ervan, dat ik op andere gebieden ook afwijkende standpunten zal hebben. ‘Ik zou wel eens pro-Poetin kunnen zijn.’ Het gesprek stokt. Maar gezien het feit dat we dezelfde geloofsachtergrond hebben, is een gesprek vaak nog mogelijk. Zou die geloofsachtergrond er niet geweest zijn, dan zou het vertrouwen ver weg zijn. En zou men mij voor een wappie uitgemaakt hebben.

Deze tweedeling die zelfs kan leiden tot allerlei complottheorieën (zoals over de covid-vaccinatie), is een van de gevolgen van het unfaire klimaatdebat.

Johann Grünbauer

 

Op 1 augustus 2021 is een nieuwe wet in werking getreden over burgerschap in het onderwijs. De titel ervan suggereert bescheiden, dat slechts sprake zou zijn van een verduidelijking van de burgerschapsopdracht. Tijdens de wetsbehandeling bleek echter duidelijk, dat scholen indringender dan voorheen te horen krijgen wat wel en niet acceptabel is. En dat burgers met een klassiek Bijbelse overtuiging iets uit te leggen hebben. Wat staat scholen en ouders te doen?

Geen nooduitgang
Onder Bijbelgetrouwe christenen is soms het geluid te horen, dat het beter zou zijn om het bekostigde onderwijs de rug toe te keren. De gedachte leeft dat je van de door de overheid betaalde scholen, of ze nu openbaar zijn of bijzonder, meer last hebt dan lust. De burgerschapswet zou die gedachte kunnen versterken. Zou het niet beter zijn om uit eigen zak een school te stichten of om thuisonderwijs te gaan geven? Dan heb je toch veel meer vrijheid om naar eigen wens te zorgen voor Bijbelgetrouw onderwijs? Die mogelijkheid is echter niet zo reëel als het lijkt. De positie van thuisonderwijs blijft namelijk zorgelijk, voor zover ouders die intensieve taak al aankunnen. Diverse gemeenten blijven proberen hun vrijstelling van de leerplicht ter discussie te stellen. En voor kinderen die al schoolonderwijs hebben gevolgd, is overstappen op thuisonderwijs in beginsel niet toegestaan. Voor niet-bekostigde scholen maakt de burgerschapswet het er ook niet beter op. Deze scholen moeten, nu ook in het voortgezet onderwijs, voldoen aan de burgerschapswet. Dat kan weliswaar als een forse inbreuk op dit particulier initiatief gezien worden, maar daar zullen scholen het wel mee moeten doen. Wellicht is het daarom voor de meeste ouders raadzamer om te streven naar een verantwoorde uitwerking van de wet dan te zoeken naar een nooduitgang.

Burgerschap vanzelfsprekend
Bij alle discussie die over de burgerschapswet gevoerd is, moeten we de gemeenschappelijke basis niet uit het oog verliezen: alle scholen (willen) werken aan burgerschapsonderwijs. Ook bij ouders zijn geen bezwaren te horen tegen burgerschapsonderwijs als zodanig. Dat is logisch, want burgerschapsvorming behoort eigenlijk tot het DNA van een school, ook als er geen wettelijke opdracht zou zijn. Christenen hebben daar vanzelfsprekend een geheel eigen visie op. De theoloog en pedagoog Herman Bavinck bijvoorbeeld hanteerde ruim een eeuw geleden als kerntekst voor het christelijk onderwijs 2 Timotheus 3:17: opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust. Het gaat bij burgerschap allereerst om mensen die God toebehoren, maar dat zijn ook mensen die tot alle goed werk richting de naaste zijn toegerust. Het dubbele liefdegebod dus. Christenen hebben kennelijk een duidelijk beeld van burgerschap. Het zou daarom ongelukkig zijn als door polarisatie over de wet in het publieke debat de indruk ontstaat, dat bepaalde ouders of scholen tegen burgerschapsonderwijs zouden zijn.

Het is goed om hier te vermelden dat de ruimte voor scholen om hun eigen burgerschapsverhaal uit te dragen voluit blijft bestaan. De regering heeft dat bij herhaling bevestigd. De wet gaat juist uit van de opdracht van de school om in het schoolplan de eigen visie op het onderwijs te formuleren. In het toezicht moet de inspectie uitgaan van die visie. Dat schept voor christelijke scholen de verantwoordelijkheid om die ruimte voluit te benutten. Minister Slob verweet de besturenorganisaties van het christelijk onderwijs, dat zij te negatief waren over het wetsvoorstel en dat zij vooral positief aan de slag moesten gaan met hun opdracht. Afgezien van zijn oordeel over hun zorgen, blijft het belang van de positieve opdracht hoe dan ook staan. Als christenen belijden, dat de Bijbelse boodschap een smaakmakend en bederfwerend zout is, dan moet hun inzet niet zouteloos worden. Voor zover christelijke scholen toch onvoldoende bij de les zouden zijn, ligt er bijvoorbeeld voor ouders een taak. Zij kunnen vragen stellen en meedenken, al dan niet in een medezeggenschapsraad, over de manier waarop leerlingen gevormd worden. De basis van de wet vraagt geen eenheidsworst van de heersende mening, maar respecteert eigenheid op grond van de vrijheid van onderwijs. Waar schuilen dan de bezwaren van de besturenorganisaties?

Nationale kernwaarden
De burgerschapswet schrijft scholen een aantal kernwaarden van de democratische rechtsstaat voor die in het onderwijs in ieder geval voldoende uit de verf moeten komen. Het gaat om vrijheid (of autonomie), gelijkwaardigheid en solidariteit. Deze begrippen geven uitdrukking aan de overkoepelende waarde van de menselijke waardigheid, maar die staat niet zozeer centraal in het toezicht. Het formuleren van nationale kernwaarden is nieuw. Tot op heden werden deze kernwaarden ook wel benoemd door de inspectie, maar er kon niet handhavend worden opgetreden. Dat verandert nu. De inspectie zal aan de hand van de kernwaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit gaan toetsen of het burgerschapsonderwijs op orde is. Christelijke scholen en besturenorganisaties zijn er niet gerust op dat dit goed uitpakt.

Voordat we aan de wettelijke kernwaarden toekomen, eerst een stapje terug. Het eerste aandachtspunt is namelijk dat scholen hun opdracht niet moeten laten verschralen tot die wettelijke kernwaarden. Zijn er vanuit christelijk perspectief niet ook andere, misschien nog wel belangrijkere waarden te benoemen? Te denken valt aan barmhartigheid. In een genadeloze prestatiecultuur kan dat Bijbelse grondwoord een bevrijdende en genezende werking hebben. En het woord zelfverloochening zou misschien ook niet misstaan. In het onderwijs is volop aandacht voor individueel scoren en leerlingen krijgen mee, dat ze zichzelf voldoende moeten profileren, maar wat betekent de christelijke roeping tot dienstbaarheid praktisch voor een gezonde manier van jezelf wegcijferen? De school en de samenleving zijn immers gemeenschappen en geen vergaarbakken van individuen. En nog een laatste duit in het zakje: ook de koepelwaarde van menselijke waardigheid heeft juist in deze tijd bijzondere betekenis. Hoe kijken we bijvoorbeeld naar kwetsbaar en gebrekkig menselijk leven?

Seculiere normen en christelijke deugden
Uit het voorgaande volgt dat de keuze van de kernwaarden en deze kernwaarden als zodanig geen wezenlijk probleem zijn. Scholen mogen aanvullende kernwaarden kiezen en christenen functioneren met overtuiging binnen de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. Het is met goed recht zelfs te verdedigen dat die democratische rechtsstaat en deze kernwaarden rusten op een christelijk fundament. Het probleem zit vooral in de praktische vertaling en normering van de kernwaarden. Tot in de twintigste eeuw verplichtte de wet scholen juist om leerlingen alle christelijke deugden bij te brengen, maar het zal duidelijk zijn, dat die deugden niet het uitgangspunt vormen voor de uitleg van de kernwaarden van de burgerschapswet. Trouw in het huwelijk is bijvoorbeeld een christelijke deugd (en nog steeds de wettelijke norm voor gehuwden!), maar het wordt door de heersende mening in de politiek eerder als ondeugd gezien. De regering schreef bijvoorbeeld, dat een school niet zomaar kan uitdragen dat seksualiteit thuishoort in het huwelijk van man en vrouw, maar dat dit de nodige zorgvuldigheid vraagt. En in de Eerste Kamer benoemde een senator het vasthouden aan het onderscheid tussen man en vrouw als een scheppingsideologie.

Scholen en ouders doen er goed aan om de grenzen van de wettelijke kernwaarden goed in beeld te hebben. Het is enerzijds begrijpelijk en goed dat scholen hun leerlingen bekend moeten maken met andere opvattingen en de mogelijkheden die de samenleving biedt. Het betekent anderzijds niet, dat scholen zich positief over al die mogelijkheden moeten uitlaten of leerlingen zelfs zouden moeten stimuleren het onderste uit de kan van de autonomie te halen. Het feit dat gehuwden in Nederland eenvoudig van elkaar kunnen scheiden, verplicht scholen niet om leerlingen, als het gaat om relatievorming te vertellen dat ze hun vriend of vrouw beter aan de dijk kunnen zetten, zodra zich een aantrekkelijker aanbod voordoet. Integendeel, dat zou moeilijk te rijmen zijn met een christelijk verhaal. Er is bovendien geen enkele reden om zich de kaas van het brood te laten eten als het gaat om de uitwerking van de kernwaarden. Christelijke scholen kunnen bijvoorbeeld met recht zeggen, dat je pas echt vrij en onafhankelijk bent, als je op Bijbelse manier autonoom bent, alleen afhankelijk van het oordeel van God en niet van mensen. In die lijn hebben sommige scholen als definitie van burgerschap dat zij leerlingen willen opvoeden tot zelfstandige, God naar Zijn Woord dienende persoonlijkheden.

Naast de burgerschapswet is een extra gezichtspunt dat de inspectie steeds intensiever zal kijken naar de in 2016 ingevoerde zorgplicht voor veiligheid op school. De school moet ervoor zorgen, dat leerlingen kunnen rekenen op een fysiek, psychisch en sociaal veilig schoolklimaat. Ook dat is op zichzelf natuurlijk geen probleem. Hier geldt eveneens: iedere school streeft natuurlijk naar een dergelijk klimaat. Problematisch kan wel zijn, dat de samenleving en de inspectie die veiligheid steeds meer gaan bekijken door de bril van de individuele beleving en dat die beleving kan botsen met het belang van de gemeenschap. De spanningsvolle voorbeelden zijn in andere landen al te vinden. Wat te doen als een jongen op grond van zijn diepgevoelde beleving als meisje gebruik wil maken van de doucheruimte voor dames? En hoe om te gaan met seksuele vorming die te vroeg of ongepast aan de orde wordt gesteld? Ouders mogen scholen dan aanspreken op hun zorgplicht voor de veiligheid van alle leerlingen! Hier spelen vaak niet alleen godsdienstige bezwaren, maar er zijn doorgaans ook stevige wetenschappelijke bedenkingen te plaatsen. Laten scholen zich daar rekenschap van geven. Zouden christelijke scholen overigens niet moeten uitdragen dat de diepste geluksbeleving – de Statenvertaling gebruikt het woord ‘welgelukzalig’ – te vinden is in een leven volgens de bedoeling van onze goede Schepper?

LHBTIG: respectvol onderwijs voor iedereen
De wetgeving in Nederland gaat uit van een pluriforme samenleving. Er zijn nu eenmaal veel burgers met uiteenlopende overtuigingen in ons land en die moeten allemaal met elkaar door één (school)deur. Die pluriformiteit spreekt ook duidelijk uit het wetsvoorstel. Het onderwijs moet namelijk op herkenbare wijze kennis over en respect voor verschillen bijbrengen, met name als het gaat om godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap of seksuele gerichtheid. Dat respect moet volgens de wet ook in de schoolcultuur blijken. Vaak gaat in de media de aandacht uit naar respect voor genderidentiteit en seksuele gerichtheid. Dat is ook te begrijpen, als we letten op situaties van onveiligheid en mishandeling. Respectvolle zorg voor deze leerlingen staat buiten kijf. Maar biedt de norm van respect niet evenzeer bescherming aan gelovigen en is die niet ook in toenemende mate nodig? De wet geeft gelovigen in ieder geval geen reden om zichzelf aan de rand van de gemeenschap te plaatsen.

Van openbare scholen is al sinds jaar en dag bekend, dat zij onderwijs moeten geven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging. Dat staat al tijden in de Grondwet. Die norm is nu ook voor bijzondere scholen duidelijk bevestigd in de wet. In beide situaties kunnen ouders daar dus aandacht voor vragen, bijvoorbeeld bij de leraar, de schoolleider of de medezeggenschapsraad. Is er om te beginnen daadwerkelijk aandacht voor klassieke overtuigingen over relaties en seksualiteit? Zo nee, dan neemt een school haar taak onvoldoende serieus. En het geeft natuurlijk al helemaal geen pas als die opvattingen, of zelfs leerlingen, op lacherige of meewarige wijze worden besproken. Laat staan dat docenten het toelaten, dat leerlingen om deze opvattingen worden verketterd. Gelovigen hoeven niet de methoden over te nemen van de lobby voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgender en intersekse personen (LHBTI), maar ze mogen er wel bescheiden en beslist aandacht voor vragen dat ook de G van gelovigen bestaat.

Christenen zullen zich betrokken, zorgvuldig en respectvol willen inzetten voor burgerschapsonderwijs. Dat betekent geen naïveteit over het resultaat van hun inspanning. Wie belijdt dat zijn burgerschap in de hemel is, moet erop rekenen dat het op aarde zomaar kan knetteren. Christus heeft geen maatschappelijk succesverhaal beloofd, maar wel een groot loon voor trouwe dienaren.

Gijsbert Leertouwer