Een blik op de rol vanaf de kleuterschool tot de 12e klas: christelijk onderwijs in de geschiedenis van de Verenigde Staten!
De progressieve seculiere beweging neemt het onderwijs over
Omdat scholen de algemene cultuur weerspiegelden, werd er aanvankelijk veel over het christelijke geloof onderwezen in de vroegere openbare scholen. Bijbelstudie en gebed waren normaal. Paul Johnson, in zijn boek A History of the American People (Ge- schiedenis van het Amerikaanse volk), pag. 303 (een uitstekend, seculier Amerikaans geschiedenisboek) beschrijft het religieuze karakter van de vroege Amerikaanse openbare scholen. Dat betekende, dat de echte Amerikaanse openbare school, in overeenstemming met de grondwet, vanaf het begin niet sektarisch was. Niet-sektarisch, ja, maar niet a-religieus. Horace Mann was het met Franklin en de andere Founding Fathers eens dat religie in ‘t algemeen en onderwijs onafscheidelijk waren. Mann vond, dat religieus onderricht op openbare scholen moest worden gegeven ‘tot aan de uiterste grens waarin het kon worden onderwezen zonder inbreuk te maken op de gewetensvrijheid die zijn vastgelegd door de wetten van God en gegarandeerd door de grondwet van de staat’.
Wat de scholen kregen, was niet zozeer godsdienst gebonden aan een bepaalde confessie als wel een protestantisme met de kleinste gemene deler, gebaseerd op de Bijbel, de Tien Geboden en nuttige boeken als Bunyans ‘De Christenreis’. Zoals Mann het verwoordde in zijn eindrapport aan de staat Massachusetts: ‘onze openbare scholen zijn geen theologische seminaries en dat wordt toegegeven … Maar ons systeem rekent ernstig met de christelijke moraal. Het fundeert die op basis van de religie; het juicht de religie van de Bijbel toe; dit geeft de mogelijkheid om te doen wat in geen enkel ander systeem mogelijk is.’ Daarom voorzag de school in het Amerikaanse systeem in christelijke ‘karaktervorming’ en vulden de ouders het thuis aan waarvan ze dachten dat het juist was.
Op de openbare scholen werd een soort algemeen christendom onderwezen; en dan thuis zouden ouders daar hun eigen denominatie-onderscheidende kenmerken aan toevoegen.
Naarmate de niet-evangelische invloed toenam, nam ook de evangelische grondslag van het openbare schoolsysteem af! Voor zelfs niet-christenen was het in de samenleving een tijdlang volkomen acceptabel geweest om hun kinderen op openbare scholen waarin christelijk onderwijs gegeven werd, te plaatsen. Toen de rooms- katholieke bevolking toenam, begonnen er particuliere, rooms-katholieke scholen zich te ontwikkelen. Later, toen steeds meer mensen geen evangelisch christen of zelfs alleen maar christen van geboorte waren, begonnen mensen te klagen over de christelijke aard van de openbare scholen. Hoewel het veel tijd in beslag nam, leidde dit tot een uitspraak van het Hooggerechtshof in 1963, wat ertoe leidde dat zowel gebed als Bijbelonderricht uit de openbare scholen werden geweerd.
De progressieven herhaalden de ideeën van de oorspronkelijke voorstanders van openbare scholen. Ze geloofden, dat onderwijs kan worden gebruikt om alle sociale problemen op te lossen. De bekendste van de progressieve opvoeders was John Dewey (1859-1952).

John Dewey (Bron: Wikepedia)
Dewey schrijft:
“IK GELOOF DAT…
- … de leraar niet alleen is betrokken bij de opleiding van individuen, maar ook bij de vormgeving aan het juiste sociale leven.
- … elke leraar de waardigheid van zijn roeping moet beseffen, dat hij als een sociaal persoon is aangesteld voor het handhaven van de juiste sociale orde en het verzekeren van de juiste sociale groei.
- … op deze manier de leraar altijd de profeet van de ware God is en degene is die het ware koninkrijk van God binnenleidt. “
Dewey was zo’n invloedrijk persoon bij de morele ineenstorting van de Amerikaanse scholen, dat het absoluut verbazingwekkend is om te horen dat hij een evangelisch christen was. Hij geloofde echt, dat scholen mensen moesten vormen om het millennium te verwezenlijken. Dewey wilde, dat de openbare scholen de bron van zedelijk gedrag voor iedereen waren, ervan uitgaande dat die scholen hun moreel gedrag uit de Bijbel zouden halen. Niet lang na Dewey begonnen openbare scholen hun opvattingen echter te halen uit de kleinste gemene deler en zeker niet uit de strikte moraliteit van de Bijbel.
Dewey schreef ook:
“Concluderend kunnen we zeggen, dat de opvatting van de school als het sociale centrum voortkomt uit onze hele democratische denkwereld. Overal zien we tekenen van de groeiende erkenning dat de gemeenschap aan elk van haar leden de meeste kansen op ontwikkeling schuldig is. Overal zien we de groeiende erkenning dat het gemeenschapsleven gebrekkig en vervormd is, met uitzondering als het zorg draagt over alle delen van de samenleving. Dit wordt niet langer beschouwd als een kwestie van naastenliefde, maar als een kwestie van rechtvaardigheid: een noodzakelijke fase in de ontwikkeling en groei van het leven. Mensen zullen lang discussiëren over materieel socialisme, over socialisme dat wordt beschouwd als een kwestie van verdeling van de materiële hulpbronnen in de gemeenschap, maar er is socialisme waarover een dergelijk geschil niet kan bestaan: socialisme van de intelligentie en van de geest … “
Met andere woorden, iedereen moet worden geleerd dezelfde ideeën te geloven en dezelfde doelen en overtuigingen te hebben. Iedereen zou moeten delen, niet alleen de werking van hun intelligentie, maar ook de werking van hun geest; waardoor ze allemaal één kunnen worden.
Dewey vervolgt:
“… Het uitbreiden van het spectrum van het volledig delen in de intellectuele en geestelijke bronnen van de gemeenschap, is de ware betekenis van de gemeenschap. Omdat het oudere type onderwijs onder de gewijzigde omstandigheden niet volledig geschikt is voor deze taak, voelen we het gebrek en verlangen, dat de school een sociaal centrum wordt. “
Een andere progressieveling, Nicholas Murray Butler, (president van de Columbia University en invloedrijk in het onderwijs) schreef:
“… om de basis te leggen voor een wetenschappelijke theorie van onderwijs die als een menselijke instelling wordt beschouwd. Het opvoedingsproces wordt uitgelegd vanuit het standpunt van de evolutieleer, en de aldus verkregen fundamentele principes worden toegepast vanuit het drievoudige standpunt van de geschiedenis van de beschaving, de ontwikkelingskrachten van het kind en de ontwikkeling van individuele en sociale efficiëntie. “
Butler zei, dat het hele schoolsysteem van de evolutie uit moest gaan. Dat is de reden waarom leiders van openbare scholen vurig bezwaar maken als er sprake is van een alternatief voor evolutie of het onderwijzen van meer dan één theorie. Het hele schoolsysteem is gebaseerd op evolutie. De term sociale efficiëntie betekent dat iedereen bij elkaar past. Om echter allemaal bij elkaar te passen, moet iedereen de overtuiging hebben dat alle religies gelijk zijn, alle culturen gelijk en elke seksuele geaardheid even geldig. Een persoon moet een liberale mentaliteit aanvaarden om sociaal efficiënt te zijn om in het programma te passen. Progressieven droomden ervan, dat als ze dit een paar jaar deden, het hele land de dingen op dezelfde manier zou zien.
Een andere progressieveling, kolonel F. W. Parker, schreef:
“De ideale school is een ideale gemeenschap – een embryonale democratie. We zouden op school moeten introduceren wat we in de staat moeten hebben, en dit is democratie in zijn pure zin. Het kind zit niet op school om te leren, niet om alleen kennis op te doen, maar hij is daar om te leven, om te leren leven – niet zozeer een voorbereiding op het leven als wel echt leven. De leerling moet op school leren leven. Hij moet dan leren zichzelf in het leven te brengen …
De leraar is de leider in dit gemeenschapsleven. Zelfbestuur is de enige echte regering. Een kind moet worden geleerd voor anderen te leven. We zijn te zeer geneigd om de goddelijkheid van een kind te negeren. “
Naarmate de progressieve onderwijsfilosofie zich verspreidde, begonnen scholen propagandacentra te worden. Lokale gemeenschappen verzetten zich vaak tegen deze invloeden, maar ze hebben tot op zekere hoogte altijd bestaan.
Mijn ervaring
Ik heb de transformatie in de openbare scholen uit eerste hand ervaren. Het Hooggerechtshof van de VS oordeelde, dat gebed en Bijbelstudie van de openbare scholen moesten worden verwijderd, toen ik in de vierde klas zat (9 jaar). Tot die tijd was ik gewend aan de schooldag die elke dag met bidden en bijbellezen begon. Hoewel mijn vader atheïst was (hij werd kort voor zijn dood gered) en ik nog nooit een kerkdienst had bijgewoond, gaf mijn openbare school me een christelijk wereldbeeld en een positieve indruk van het christendom en de Bijbel.
Later zag ik op de openbare scholen, hoe ze jarenlang hun best deden om neutraal te zijn over religies. Dat is onmogelijk.
Ik ging naar de op één na grootste openbare middelbare school in de VS (tussen 1967-1971). De grootste was in Chicago; ik ging naar een middelbare school in Indianapolis. Het was beslist een maatschappelijke verandering. Alles wat ik ooit over drugs had gehoord, heb ik op die openbare middelbare school geleerd. Tijdens mijn eerste drie semesters zijn daar vier tieners gedood. De sociale druk in de richting van immoraliteit, grof taalgebruik en promiscuïteit (vrij seksueel verkeer) was enorm. Het is de laatste plek op aarde waar ik iemand naartoe zou willen sturen als sociaal centrum.
De ouders willen, dat hun kinderen alle kansen krijgen voor de toekomst; en ze krijgen die. Ze krijgen die kansen waarvan geen enkele christelijke ouder ooit had kunnen dromen. De openbare school is de laatste plaats om als sociale plaats te gebruiken. Toen de aard van de openbare scholen veranderde, werd die de belangrijkste bron voor de opmars van het heidendom in de VS.
De opleving van christelijk onderwijs in de VS
In de jaren 70 van de vorige eeuw had het voortschrijdende, seculiere onderwijs de christelijke invloed op de openbare scholen in de VS volledig vernietigd. De negatieve, destructieve impact op de Amerikaanse cultuur was overal te zien. Christenouders en grootouders waren diep gefrustreerd. Kerkleiders vonden, dat er iets moest gebeuren.
Lokale kerken begonnen particuliere, christelijke scholen te vormen. Bezorgde ouders richtten organisaties op om die scholen te sponsoren. Veel christenouders begonnen hun kinderen thuisonderwijs te geven.
Deze ontluikende christelijke onderwijsbeweging werd in het begin sterk belemmerd door het totale gebrek aan op de Bijbel gebaseerde leerboeken en christelijk leerplan-materiaal. Bij de meeste christelijke onderwijsprogramma’s waren christenleraren betrokken die probeerden les te geven met behulp van seculiere, progressieve leerboeken.
Ik heb dat begin ook meegemaakt tijdens het schooljaar 1975-1976. Ik gaf les op een gloednieuwe, christelijke school. Alle leerboeken die ik moest gebruiken, waren wereldse leerboeken. Elke dag moest ik dan ook het materiaal in die boeken aanpassen, corrigeren en aanvullen. Het was een ongelooflijk moeilijke ervaring.
Omdat ze de grote behoefte onderkenden, begonnen uitgeverijen voor christelijke scholen zich te ontwikkelen. Een combinatie van evangelisch elan en het juiste moment leidde tot grote investeringen in de ontwikkeling van christelijke leerboeken en lesmateriaal voor scholen.
Accelerated Christian Education (ACE) (Versneld christelijk onderwijs) begon in 1970. Dit bedrijf ontwikkelde leerplanmateriaal vanaf de kleuterschool tot de 12e klas. De scholen gingen van dat leerplan uit en er was ook traditioneel onderwijs bij betrokken. Het ACE-programma was gemakkelijk voor gebruik bij thuisonderwijs. Het was niet uitzonderlijk dat sommige jonge mensen moeite hadden om zich aan deze nieuwe aanpak aan te passen, maar velen bloeiden met dit curriculum (leerplan) op. Veel kerken vonden deze benadering de meest praktische manier om een christelijke school in hun plaatselijke kerk te onderhouden en veel ouders vonden dit eveneens praktisch om thuisonderwijs te geven.
In 1972 ontstond BEKA-boeken vanuit Pensacola Christian College, een niet-confessionele christelijke hogeschool. Dit programma was ontworpen om tekstboeken en lesmateriaal te bieden in een traditionele setting vanaf de kleuterschool tot aan de 12e klas. Het was geschikt voor thuisonderwijs.
In 1974 werd Bob Jones Press opgericht door de Bob Jones University. Bob Jones was een niet-confessionele, liberaal christelijke universiteit. Het leverde ook tekstboeken en onderwijsmateriaal voor traditionele christelijke scholen en is gemakkelijk aan te passen voor thuisonderwijs.
In de afgelopen vijf decennia zijn deze drie programma’s zeer succesvol geweest. Ze hebben vele duizenden jonge mensen opgeleid. Ze hebben zeer gepassioneerde supporters en promotors. Ook hebben ze uitstekend opvoedkundig materiaal geproduceerd over verschillende onderwerpen.
Andere kleinere christelijke uitgeverijen hebben de hoeveelheid beschikbare bronnen voor christelijk onderwijs in de VS uitgebreid. Het Freedom Baptist-curriculum van Landmark, Alpha and Omega, en Rod and Staff spelen allemaal een belangrijke rol in de christelijke schoolbeweging.
Die opleving van het christelijk onderwijs in de VS ontwikkelde zich buiten de hoofdstroom van de Amerikaanse cultuur. Er waren een aantal pogingen om de christelijke onderwijsbeweging legaal te stoppen. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw moesten in het hele land vele juridische veldslagen worden uitgevochten. Gelukkig wonnen de voorstanders van het christelijk onderwijs slag na slag in de rechtszalen en met de wetgevende macht! Tegenwoordig wordt het meeste christelijke onderwijs in de VS gegeven met weinig inmenging van de staat.
De seculieren controleren nog steeds de openbare scholen, maar het christelijk onderwijs bloeit. Meer dan vier miljoen studenten gaan naar particuliere christelijke scholen en meer dan twee miljoen jongeren krijgen thuisonderwijs. De sluiting van een openbare school vanwege COVID-beperkingen zorgt ervoor, dat steeds meer mensen de keuze voor christelijk onderwijs overwegen.
Een aantal jaren geleden was ik betrokken bij een debat met een leerkrachte van een openbare school in het noorden van Indiana. Ze begon haar presentatie met het citeren van een oud Afrikaans gezegde: “Er is een heel dorp nodig om een kind groot te brengen.” De opvoeding van kinderen is de verantwoordelijkheid van de ouders. Ze willen misschien hulp van school en kerkmensen inroepen, als ze er zeker van zijn dat die hen zullen helpen hun kinderen goed te onderwijzen en op te leiden. Kinderen hebben goede academici, goede voorbeelden en een grondig christelijk wereldbeeld nodig.
De VS was gegrond op het christelijk onderwijs. Tragisch genoeg werd dat onderwijs opgegeven door de hoofdstroom van de Amerikaanse cultuur. Een aanzienlijke minderheid van de Amerikaanse jongeren krijgt tegenwoordig een christelijke opleiding. Moge hun aantal toenemen! Ik vermoed, dat hun positieve invloed in de VS veel groter zal zijn dan je in eerste instantie van hun aantal zou verwachten.
Phil Stringer
Opmerkingen over alternatieve lichaamstherapieën
“… en er is niets nieuws onder de zon”[ii]
Wat gebeurt er eigenlijk bij deze zogenoemde “holistische” (= alles hangt met elkaar samen) methoden?
Ik citeer: “Bij lichamelijk contact is er altijd een overdracht van spierspanning en neuro-vegetatieve klachten[iii], een overdracht van interne en externe invloeden. Therapeutische aanraking is geen vage, emotionele betrokkenheid van de ander, maar een duidelijke inbreuk op het bewustzijn, een transsensus (= gevoelsverbondenheid), aangezien de meeste mensen niet in staat zijn dergelijke subtiele invloeden en transmissies te onderkennen, blijven zij onbekend en ongecontroleerd. om interne en externe elementen over te dragen.”
Degenen die bekend zijn met moderne groepsmethoden, die op direct lichaamscontact gebaseerd zijn, zijn zich terdege bewust van het gevaar en bevelen psychotherapie aan om vrij te komen van deze ervaring. Er kunnen ernstige verstoringen van het mentale evenwicht optreden.”[iv] Een andere auteur[v] noemt heel onverbloemd: “Door het contact tussen twee personen ontstaat een elektromagnetisch krachtenveld, dat een voortdurende homeostase[vi] beoogt.” Tijdens een cursus in 1992 voegde mevrouw Marquard eraan toe, dat deze therapie een psychose bij patiënten kan veroorzaken. Kunnen wij als christenen stilzwijgend luisteren, als ons dit wordt aangeboden?
Toen ik een reikileraar, die zijn methode presenteerde als onderdeel van een osteoporose-behandeling, vroeg of deze methode ook tot psychische stoornissen of zelfs psychose kon leiden, antwoordde hij zonder aarzelen “ja” op mijn vraag. “Ja, en?” zei hij, “dan doe je gewoon psychotherapie!” ……..
Een collega die actief shiatsu beoefent en werkt als hoofd van de psychotherapeutische afdeling van een kuuroord, liet me op verzoek weten, dat ze patiënten die door deze therapie hun mentale evenwicht verliezen, meteen doorverwijst naar de klinische psycholoog!
De apostel Paulus maakt ons in zijn brief aan Timotheüs[vii] duidelijk, dat aanraking of handoplegging kan leiden tot overdracht van zonden. De mens wordt “één” met de zondige aard van degene die hem behandelt. We moeten deze waarschuwingen van Paulus zeer serieus nemen. In de relevante literatuur vinden we de bevestiging, dat Paulus’ waarschuwingen niet tevergeefs zijn, want:
“… bij … behandeling van het lichaam wordt de “kinesthetische[viii] therapie-trance” gebruikt. Wat er precies gebeurt in het lichaam, in de hersenen en de zintuigen tijdens dergelijke fasen, moet nog worden opgehelderd … ” “Kinesthetische trance” blijkt ook de kern te zijn van de genezingsrituelen van primitieve volkeren.[ix]
Of nog duidelijker:
“… in trance gaan” betekent binnengaan in de sfeer van goden, geesten en demonen.”[x] .
De hierboven genoemde reikidocent legde tijdens de behandeling aan zijn deelnemers heel openlijk uit: “Ik trek mezelf nu helemaal terug en vraag de scheppende kracht om door mij heen in het lichaam van de patiënt te stromen.” Hier zien we de dwaling, de verleiding van beneden!
Bovendien oefenen therapeuten hun occulte praktijken vaak uit zonder medeweten van de patiënt. Ik weet van een collega die een volgeling is van het Tibetaans boeddhisme, dat ze tijdens de voetreflexzonetherapie “zonder medeweten van de patiënt de ‘medicijnboeddha’ visualiseert en hem vraagt om door haar heen in de patiënt te werken …!”
Al deze technieken hebben als doel bij de patiënt een veranderde bewustzijnstoestand te bewerken. Het moet ons duidelijk zijn dat deze praktijken, die tegenwoordig worden uitgeoefend met het etiket “gymnastiek bij ziekte, fysiotherapie” enz., behoren tot de oorspronkelijke taak van sjamanen en heidense medicijnmannen, dus mensen die contact onderhouden met de geestenwereld, kortom op het werkterrein van degenen die de Bijbel beschrijft als “tovenaars”. God verbiedt zijn volk duidelijk contact met tovenaars![xi][xii][xiii][xiv]
Gods gebod zegt ons, dat we naast Hem geen andere goden mogen hebben. Paulus stelt vast, dat de heidenen offeren aan demonen[xv] en hij waarschuwt ons duidelijk voor gemeenschap met hen.[xvi] Over koning Asa staat geschreven[xvii] hoe hij voor zijn ziekte geen hulp bij God zoekt, maar bij ‘geneesheren’. Deze priesterartsen maakten deel uit van de cultische staf van de heidense tempel op de hoogten buiten Jeruzalem. Dus Asa wilde genezen worden door de macht van vreemde goden. Hij vertrouwde niet op God, die had beloofd: “Ik ben de Heere, uw geneesheer.”[xviii] Ook voor christenen bestaat de verleiding om hun heil te zoeken in alternatieve lichaamstherapieën. Ze zondigen hiermee tegen God en lopen het gevaar de gemeenschap met Hem te verliezen![xix] [xx]
Er valt nog iets op: de aanrakingen en strijkingen die lichaamstherapeuten op de patiënt uitvoeren, bijvoorbeeld om een veronderstelde harmonie te herstellen tussen de micro- en macrokosmos, een energiebalans die gezondheid teweegbrengt, zijn wat opzet en werking betreft te vergelijken met het “hand-strijken” dat Franz Mesmer (1734-1815) bij zijn patiënten uitvoerde als onderdeel van zijn “magnetische genezingsbehandeling”. Charcot ontwikkelde daarop zijn hypnosebehandeling (1879).
Praktiserende hypnotiseurs leggen uit, dat het voor hen mogelijk is om de patiënt bevelen te geven, die hij vervolgens in het dagelijks leven uitvoert, zelfs als ze tegen hun eigen wil zijn.[xxi] Dat schizofrene persoonlijkheidssplitsingen onder hypnose mogelijk zijn, wordt herhaaldelijk in de literatuur vermeld.[xxii] [xxiii] Gods wil en zijn heilsplan met ons mensen zijn geen gespleten persoonlijkheden, maar mensen die Hem onverdeeld en met het gehele hart dienen en liefhebben. Ik herinner me dr. med. William Kroger en de psycholoog William Fetzler, die beiden[xxiv] op grond van jarenlang onderzoek hebben gewaarschuwd voor de verwarring die ontstaat wanneer hypnose, zen, yoga en andere geneeswijzen uit het Verre Oosten te veel van elkaar worden gescheiden.
Conclusie: ook al hebben de verschillende methoden uiterlijk verschillende rituelen, ze hebben allemaal dezelfde occulte achtergrond.
Ik heb me bekeerd, mijn zonden voor de Heere beleden en rigoureus afgezien van alle alternatieve lichaamstherapieën. Zo ervaar ik Gods vergeving en vrede!
Sabine Hundertmark, Lingen/Ems
Bron: met toestemming overgenomen van Christen im Dienst an Kranken.
[i] 1Thess 5: 21
[ii] Prediker 1: 9
[iii] Ziekteverschijnselen die kunnen ontstaan, wanneer het zenuwstelsel dat zelfstandig (buiten de wil om) zorgt voor het aansturen van verschillende organen, is ontregeld. Bron: encyclo.nl
[iv] Gerda Alexander: „Eutonie“, Kössel Verlag, 1992
[v] Hanne Marquard: „Lehrbuch der Reflexzonentherapie am Fuß“ , Hippokrates Verlag, 1992
[vi] Het is het proces waarbij organismen het interne milieu van chemische en fysische processen in je lichaam in evenwicht houden. Op deze manier worden onder andere de zuurgraad, het zuurstofgehalte, de bloeddruk, de suikerspiegel, de temperatuur en de osmoseregulatie (hoeveelheid opgeloste stoffen) gereguleerd. Bron: Wikipedia
[vii] 1Tim 5: 22
[viii] Kinesthesie: bewegingsgewaarwording; het gevoel hoe we onze spierbewegingen instellen en uitvoeren.
[ix] Manuela Brinkmann: „Rolfing und NLP“ . Jungfermann Verlag, 1991
[x] Wolfgang Büscher: „Unterwegs in magische Welten“, Geo , 9/1999
[xi] Deut 18
[xii] Psalm 58: 6
[xiii] Micha 5:11
[xiv] Op 21: 8 en 22:15
[xv] 1Cor 10: 20
[xvi] 2Cor 6: 14
[xvii] 2Kron 16: 12
[xviii] Ex 15: 26
[xix] Jer 2:13
[xx] Jes 59: 12
[xxi] Kurt Tepperwein: „Die hohe Schule der Hypnose“, Ariston, 1999
[xxii] Ulla Fröhling: „Vater unser in der Hölle“, Kallmeyersche, 1996
[xxiii] John Upledger: „Auf den inneren Arzt hören“, Heyne, 2000
[xxiv] Dave Hunt: „Die okkulte Invasion“, CLV, 1999
De maatschappij op hol
De laatste jaren bekruipt mij steeds meer het gevoel dat de maatschappij achteruit holt. Dat veel van wat jaren geleden normaal was vandaag de dag bevreemding oproept. Wat is er aan de hand en hoe zijn we hierin beland? Een kleine analyse.
Je hoeft maar een krant op te slaan of een nieuwsitem te volgen via welke media dan ook en het knalt je tegemoet: ‘Kies voor je eigen geluk’! Ook worden heel doeltreffend onderwerpen verlengd met een dwingend waardeoordeel: -foob, -hater, enzovoort. Deze ontwikkelingen storten zich vanuit de sociale media op onze kinderen en onze leerkrachten. Het afgelopen jaar verschenen de boeken De onzichtbare maat van Andreas Kinneging en De tirannie van verdienste van Michael Sandel. Beide schrijvers zijn naar mijn weten geen christen en ik kan zeker niet alles wat ze schrijven beamen, maar ze hebben me wel kennis laten maken met vier oorzaken voor de huidige maatschappelijke bewegingen. Die zijn wat mij betreft uiterst bruikbaar voor het verstaan van deze tijd en wil ik hier graag doorgeven. En daar voeg ik zelf nog een vijfde en zesde punt aan toe.
1.Verlichting – vrijheid
De eerste stroming waar we bij stil willen staan, is de Verlichting. Doorgaans wordt daar de periode tussen 1750 en 1800 mee aangeduid met namen zoals Montesquieu en Rousseau, maar de Verlichting gaat terug naar Descartes en Hobbes. De Verlichting heeft als dominante idealen vrijheid en gelijkheid. Deze idealen zijn afkomstig van het motto van de Franse Revolutie ‘liberté, egalité, fraternité’ (vrijheid, gelijkheid, broederschap). In de volgende paragraaf meer over die gelijkheid. Nu eerst over het liberale geluid van de menselijke vrijheid. De mens als individu. Neem wat je hartje begeert. Consumeer. Wees happy en hou je niet in. Met als enige begrenzing dat je anderen geen schade mag berokkenen. Dit vrijheidsstreven zien we massaal om ons heen. Het ziet er succesvol en aantrekkelijk uit. De media laten ons elke dag hetzelfde geluid horen: ‘Koop en geniet’. ‘YOLO: You only live once’. Met excessen als ‘second love’. Veel mensen proppen zich vol met fastfood, willen elke seksuele begeerte ongeremd bevredigen, laten zich dingen niet afpakken en verzoenen zich niet. De linker- en rechterflank van de maatschappij zoeken elkaar niet meer, maar verharden zich, graven zich in. En het klimaat holt achteruit. Toch heeft ook deze beweging goede kanten. Doordat de welvaart is toegenomen, kan er ook meer gegeven worden, tot zegen van anderen. Het ligt er dus aan hoe we die vrijheid invullen. De Bijbel leert ons om verantwoordelijke rentmeesters te zijn. De vrucht van de Geest (Gal 5: 22) bestaat uit 9 aspecten, waaronder zelfbeheersing. Die vrucht is niet ik-gericht, maar gericht op de ander. Die vrucht groeit alleen als de Heilige Geest ons leidt. Ook leert de Bijbel ons, dat geluk niet zit in spullen en begeertebevrediging, maar in het leven met God. En dat vrijheid inbedding nodig heeft in plaats van ongeremdheid: Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt (Gal 5:1).
2.Verlichting – gelijkheid
Een tweede ideaal vanuit de Verlichting dat steeds heftiger wordt in onze samenleving is de gelijkheidsdrang. Het ‘ni Deux ni Maître’ van de Franse Revolutie: geen gezag meer van God of mens. Geen discriminatie meer, maar iedereen gelijke rechten en gelijke vrijheden. Desnoods afgedwongen door de wet of – sterker – door de morele macht van het volk. Deze gelijkheidsbeweging krijgt dwingende meerderheidstrekken. Zoals eerder gesteld, worden tegenstanders van deze moraal weggezet met de toevoeging –foob, en –hater. Je moet een sterke ruggengraat hebben om dan toch je standpunt vol te houden. Denk maar eens aan onderwerpen als de lhbt+- gemeenschap, het al dan niet vaccineren, Zwarte Piet en de rituele slachting. Neem je een afwijkend standpunt in, dan kan de spot en volkswoede ongenadig over je worden uitgestort, zoals onderwijsminister Slob merkte. Deze beweging gaat ons niet voorbij. Thuis is het gezag van ouders niet vanzelfsprekend meer, in de kerk is het gezag van kerkenraad of oudstenraad aan erosie onderhevig en ook op school krijgen leerkrachten steeds meer te maken met gezagsondermijning. Maar ook deze beweging heeft goede kanten. Het is goed om ongezonde en onderdrukkende gezagsstructuren aan de kaak te stellen. Het is niet goed om te discrimineren als dat betekent dat de ander vernederd wordt, zijn recht wordt ontnomen. Echter, daarmee is genoemd gelijkheidsstreven niet gerechtvaardigd. De Bijbel is duidelijk als het gaat om het gezag. Allereerst is er het gezag van God voor wie alle knie zich moet buigen. De Bijbel wijst ons ook op het gezag van ouders, overheid en leidinggevenden in kerk en maatschappij. Dit gezag moeten we gehoorzamen, tenzij het tegen Gods Woord ingaat. De Bijbel is ook duidelijk als het gaat om de gelijkheid tussen mensen. Daarbij wijst de Bijbel steeds weer de liefde aan als de basis: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en grote gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf (Matt 22:37-40).
3.Romantiek
De derde ontwikkeling waar Kinneging, naast vrijheid en gelijkheid, de vinger bij legt, is de invloed van de Romantiek (ongeveer 1800 – 1850) als reactie op de Verlichting. Kant is één van de voormannen van deze beweging. In reactie op de begeerte uit de Verlichting gaat het de Romantiek om de verwezenlijking van je diepere Zelf, je authentieke Ik. De mens die in harmonie leeft met zijn omgeving. Omarmen en verbinden wil. Het is goed zoals het is. Dit mensbeeld kent misschien wel de snelste opmars in deze tijd. Overal om je heen hoor je dit geluid. ‘Kies voor je eigen geluk’ klinkt het of ‘je moet doen waar je je goed bij voelt’ of nog sterker: ‘Je moet dicht bij jezelf blijven’. Al deze geluiden roepen je op om naar binnen te kijken. Het van je diepste ik te verwachten. En daar zit een kern van waarheid in. Ja, God heeft ons geluk voor ogen. Ja, God wil dat ik mijn talenten en gaven ontwikkel. Ja, ik hoef niet te varen op wat anderen van mij vinden en mag in die zin dicht bij mezelf blijven. En tegelijkertijd wringt er iets. Steeds wordt je eigen (diepe) ik vooropgesteld, soeverein verklaard, zuiver geacht: Als je (huwelijks)relatie niet goed voelt, dan is dat voldoende om die te ontbinden. En als je opleiding niet goed voelt, dan stop je gewoon. Waarom zou je je laten belemmeren door nuancerende gedachten? En als je je ongemakkelijk voelt bij God of de kerk: laat het gewoon los. Probeer eens wat anders wat beter voelt. Maar de Bijbel waarschuwt, dat ons hart geen betrouwbaar kompas is. Jer 17:9: “Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het: wie kan het kennen? Ik, de HERE, doorgrond het hart (…)”. God roept ons op om ons vertrouwen alleen op Hem te stellen. Geen innerlijke leidsman, maar die Ene Leidsman. Wat is je diepste oriëntatiepunt van waaruit we onderzoeken en ontplooien? Is dat het vertrouwen op God of is dat je diepste zelf?
4.Prestatiedrang
Een andere beweging die de laatste jaren is gegroeid, is nadruk op het presteren. Je bent wat je doet. Je telt pas mee als je een titel hebt, goed geld verdient. Als ouder ben je pas tevreden als je kind hbo of universiteit doet. Thuis zijn met de kinderen is not done. Vrouwen moeten de arbeidsmarkt op, willen ze meetellen. Het fiscale regime is ingericht op tweeverdieners. Op scholen wordt deze prestatiedrang zichtbaar als ouders het niet pikken, als hun kind ‘slechts’ vmbo advies krijgt. VMBO past niet bij hun successtory. Sandel noemt dat de ‘meritocratie’. Deze prestatiezucht kent zo zijn slachtoffers, want vanuit die visie hebben mensen die om welke reden dan ook achterblijven (o.a. in geld, in capaciteit, in levensvisie) dat aan zichzelf te wijten. Dit leidt tot verharding, minder barmhartigheid. Uiteraard is het goed dat we elkaar aanmoedigen onze talenten en gaven te gebruiken. Daar roept de Bijbel ons ook toe op. Tegelijkertijd blijkt uit de hele Bijbel de liefdevolle zorg van God voor de armen, de wees en de weduwe, de vreemdeling. En dus ook de liefdevolle zorg voor het kind dat beperkt is, waardoor het niet zo productief zal zijn in de maatschappij. Daarnaast is het belangrijk dat we als een Martha ons werk doen, maar vooral als Maria aan de voeten van Jezus zitten.
5. Godverlating
Gods Woord is van en voor alle tijden. Als bron, als ijkpunt en richtsnoer en nog veel meer. En God verlangt ernaar dat Zijn gemeente samenkomt. Dat samenkomen in kerken, huisgroepen en ondergrondse kerken heeft ook een sterke maatschappelijke functie. In de kerk wordt je een spiegel voorgehouden, trek je op met een dwarsdoorsnede van de samenleving, hoor je van vergeving en verzoening, word je opgeroepen om God te dienen en te gehoorzamen, de ander lief te hebben en je eigen wil en begeerte te toetsen aan Zijn Woord. Het is mijn overtuiging dat de God- en de kerkverlating van de afgelopen halve eeuw een belangrijke voedingsbodem hebben gelegd voor de voornoemde vier bewegingen. Of anders op z’n minst de vier bovenstaande processen heeft versneld. Die Godverlating werpt de mens terug op zichzelf en zorgt voor veel maatschappelijk verdriet. De Bijbel is er duidelijk over in Ps 32:10 (NBG): Talrijk zijn de smarten van de goddeloze, maar wie op de HERE vertrouwt, die omringt Hij met goedertierenheid. Het belangrijkste wat we in deze (eind)tijd kunnen doen, is dicht bij het Woord blijven. Gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen (Ef 4:20) is de kern van een Bijbelgedeelte waarin heel duidelijk wordt hoe we ons hart kunnen bewaken en bewaren. En van daaruit het leven kunnen vinden.
6. Gevolgen voor het onderwijs
Bovenstaande bewegingen beïnvloeden het onderwijs. Allereerst is het nodig om het gesprek hierover aan te gaan binnen de scholen. Herkennen we deze ontwikkelingen? En in hoeverre hebben ze vat op ons hart en op onze school? Daarnaast kan het verstandig zijn om goed te kijken naar methoden die de school in komen: weerbaarheidstrainingen, lesmethoden, vieringen, kinderboeken. Daarbij kun je jezelf steeds de vraag stellen in hoeverre bovenstaand gedachtegoed doorsijpelt. En uiteraard is het belangrijk om het gesprek met ouders aan te gaan als elementen van begeerte, gevoel, gelijkheidsdrang of prestatiedrang te veel de boventoon gaan voeren. Het is zo belangrijk dat we ons niet laten meezuigen in deze ontwikkelingen, maar ze plaatsen in het licht van Gods Woord. Bid voor je school en wees je medemens tot zegen!
Literatuur
Dick Tillema
Christelijk onderwijs in de Verenigde Staten (deel 2)
Een blik op de rol vanaf de kleuterschool tot de 12e klas: christelijk onderwijs in de geschiedenis van de Verenigde Staten!
De progressieve seculiere beweging neemt het onderwijs over
Omdat scholen de algemene cultuur weerspiegelden, werd er aanvankelijk veel over het christelijke geloof onderwezen in de vroegere openbare scholen. Bijbelstudie en gebed waren normaal. Paul Johnson, in zijn boek A History of the American People (Ge- schiedenis van het Amerikaanse volk), pag. 303 (een uitstekend, seculier Amerikaans geschiedenisboek) beschrijft het religieuze karakter van de vroege Amerikaanse openbare scholen. Dat betekende, dat de echte Amerikaanse openbare school, in overeenstemming met de grondwet, vanaf het begin niet sektarisch was. Niet-sektarisch, ja, maar niet a-religieus. Horace Mann was het met Franklin en de andere Founding Fathers eens dat religie in ‘t algemeen en onderwijs onafscheidelijk waren. Mann vond, dat religieus onderricht op openbare scholen moest worden gegeven ‘tot aan de uiterste grens waarin het kon worden onderwezen zonder inbreuk te maken op de gewetensvrijheid die zijn vastgelegd door de wetten van God en gegarandeerd door de grondwet van de staat’.
Wat de scholen kregen, was niet zozeer godsdienst gebonden aan een bepaalde confessie als wel een protestantisme met de kleinste gemene deler, gebaseerd op de Bijbel, de Tien Geboden en nuttige boeken als Bunyans ‘De Christenreis’. Zoals Mann het verwoordde in zijn eindrapport aan de staat Massachusetts: ‘onze openbare scholen zijn geen theologische seminaries en dat wordt toegegeven … Maar ons systeem rekent ernstig met de christelijke moraal. Het fundeert die op basis van de religie; het juicht de religie van de Bijbel toe; dit geeft de mogelijkheid om te doen wat in geen enkel ander systeem mogelijk is.’ Daarom voorzag de school in het Amerikaanse systeem in christelijke ‘karaktervorming’ en vulden de ouders het thuis aan waarvan ze dachten dat het juist was.
Op de openbare scholen werd een soort algemeen christendom onderwezen; en dan thuis zouden ouders daar hun eigen denominatie-onderscheidende kenmerken aan toevoegen.
Naarmate de niet-evangelische invloed toenam, nam ook de evangelische grondslag van het openbare schoolsysteem af! Voor zelfs niet-christenen was het in de samenleving een tijdlang volkomen acceptabel geweest om hun kinderen op openbare scholen waarin christelijk onderwijs gegeven werd, te plaatsen. Toen de rooms- katholieke bevolking toenam, begonnen er particuliere, rooms-katholieke scholen zich te ontwikkelen. Later, toen steeds meer mensen geen evangelisch christen of zelfs alleen maar christen van geboorte waren, begonnen mensen te klagen over de christelijke aard van de openbare scholen. Hoewel het veel tijd in beslag nam, leidde dit tot een uitspraak van het Hooggerechtshof in 1963, wat ertoe leidde dat zowel gebed als Bijbelonderricht uit de openbare scholen werden geweerd.
De progressieven herhaalden de ideeën van de oorspronkelijke voorstanders van openbare scholen. Ze geloofden, dat onderwijs kan worden gebruikt om alle sociale problemen op te lossen. De bekendste van de progressieve opvoeders was John Dewey (1859-1952).
John Dewey (Bron: Wikepedia)
Dewey schrijft:
“IK GELOOF DAT…
Dewey was zo’n invloedrijk persoon bij de morele ineenstorting van de Amerikaanse scholen, dat het absoluut verbazingwekkend is om te horen dat hij een evangelisch christen was. Hij geloofde echt, dat scholen mensen moesten vormen om het millennium te verwezenlijken. Dewey wilde, dat de openbare scholen de bron van zedelijk gedrag voor iedereen waren, ervan uitgaande dat die scholen hun moreel gedrag uit de Bijbel zouden halen. Niet lang na Dewey begonnen openbare scholen hun opvattingen echter te halen uit de kleinste gemene deler en zeker niet uit de strikte moraliteit van de Bijbel.
Dewey schreef ook:
“Concluderend kunnen we zeggen, dat de opvatting van de school als het sociale centrum voortkomt uit onze hele democratische denkwereld. Overal zien we tekenen van de groeiende erkenning dat de gemeenschap aan elk van haar leden de meeste kansen op ontwikkeling schuldig is. Overal zien we de groeiende erkenning dat het gemeenschapsleven gebrekkig en vervormd is, met uitzondering als het zorg draagt over alle delen van de samenleving. Dit wordt niet langer beschouwd als een kwestie van naastenliefde, maar als een kwestie van rechtvaardigheid: een noodzakelijke fase in de ontwikkeling en groei van het leven. Mensen zullen lang discussiëren over materieel socialisme, over socialisme dat wordt beschouwd als een kwestie van verdeling van de materiële hulpbronnen in de gemeenschap, maar er is socialisme waarover een dergelijk geschil niet kan bestaan: socialisme van de intelligentie en van de geest … “
Met andere woorden, iedereen moet worden geleerd dezelfde ideeën te geloven en dezelfde doelen en overtuigingen te hebben. Iedereen zou moeten delen, niet alleen de werking van hun intelligentie, maar ook de werking van hun geest; waardoor ze allemaal één kunnen worden.
Dewey vervolgt:
“… Het uitbreiden van het spectrum van het volledig delen in de intellectuele en geestelijke bronnen van de gemeenschap, is de ware betekenis van de gemeenschap. Omdat het oudere type onderwijs onder de gewijzigde omstandigheden niet volledig geschikt is voor deze taak, voelen we het gebrek en verlangen, dat de school een sociaal centrum wordt. “
Een andere progressieveling, Nicholas Murray Butler, (president van de Columbia University en invloedrijk in het onderwijs) schreef:
“… om de basis te leggen voor een wetenschappelijke theorie van onderwijs die als een menselijke instelling wordt beschouwd. Het opvoedingsproces wordt uitgelegd vanuit het standpunt van de evolutieleer, en de aldus verkregen fundamentele principes worden toegepast vanuit het drievoudige standpunt van de geschiedenis van de beschaving, de ontwikkelingskrachten van het kind en de ontwikkeling van individuele en sociale efficiëntie. “
Butler zei, dat het hele schoolsysteem van de evolutie uit moest gaan. Dat is de reden waarom leiders van openbare scholen vurig bezwaar maken als er sprake is van een alternatief voor evolutie of het onderwijzen van meer dan één theorie. Het hele schoolsysteem is gebaseerd op evolutie. De term sociale efficiëntie betekent dat iedereen bij elkaar past. Om echter allemaal bij elkaar te passen, moet iedereen de overtuiging hebben dat alle religies gelijk zijn, alle culturen gelijk en elke seksuele geaardheid even geldig. Een persoon moet een liberale mentaliteit aanvaarden om sociaal efficiënt te zijn om in het programma te passen. Progressieven droomden ervan, dat als ze dit een paar jaar deden, het hele land de dingen op dezelfde manier zou zien.
Een andere progressieveling, kolonel F. W. Parker, schreef:
“De ideale school is een ideale gemeenschap – een embryonale democratie. We zouden op school moeten introduceren wat we in de staat moeten hebben, en dit is democratie in zijn pure zin. Het kind zit niet op school om te leren, niet om alleen kennis op te doen, maar hij is daar om te leven, om te leren leven – niet zozeer een voorbereiding op het leven als wel echt leven. De leerling moet op school leren leven. Hij moet dan leren zichzelf in het leven te brengen …
De leraar is de leider in dit gemeenschapsleven. Zelfbestuur is de enige echte regering. Een kind moet worden geleerd voor anderen te leven. We zijn te zeer geneigd om de goddelijkheid van een kind te negeren. “
Naarmate de progressieve onderwijsfilosofie zich verspreidde, begonnen scholen propagandacentra te worden. Lokale gemeenschappen verzetten zich vaak tegen deze invloeden, maar ze hebben tot op zekere hoogte altijd bestaan.
Mijn ervaring
Ik heb de transformatie in de openbare scholen uit eerste hand ervaren. Het Hooggerechtshof van de VS oordeelde, dat gebed en Bijbelstudie van de openbare scholen moesten worden verwijderd, toen ik in de vierde klas zat (9 jaar). Tot die tijd was ik gewend aan de schooldag die elke dag met bidden en bijbellezen begon. Hoewel mijn vader atheïst was (hij werd kort voor zijn dood gered) en ik nog nooit een kerkdienst had bijgewoond, gaf mijn openbare school me een christelijk wereldbeeld en een positieve indruk van het christendom en de Bijbel.
Later zag ik op de openbare scholen, hoe ze jarenlang hun best deden om neutraal te zijn over religies. Dat is onmogelijk.
Ik ging naar de op één na grootste openbare middelbare school in de VS (tussen 1967-1971). De grootste was in Chicago; ik ging naar een middelbare school in Indianapolis. Het was beslist een maatschappelijke verandering. Alles wat ik ooit over drugs had gehoord, heb ik op die openbare middelbare school geleerd. Tijdens mijn eerste drie semesters zijn daar vier tieners gedood. De sociale druk in de richting van immoraliteit, grof taalgebruik en promiscuïteit (vrij seksueel verkeer) was enorm. Het is de laatste plek op aarde waar ik iemand naartoe zou willen sturen als sociaal centrum.
De ouders willen, dat hun kinderen alle kansen krijgen voor de toekomst; en ze krijgen die. Ze krijgen die kansen waarvan geen enkele christelijke ouder ooit had kunnen dromen. De openbare school is de laatste plaats om als sociale plaats te gebruiken. Toen de aard van de openbare scholen veranderde, werd die de belangrijkste bron voor de opmars van het heidendom in de VS.
De opleving van christelijk onderwijs in de VS
In de jaren 70 van de vorige eeuw had het voortschrijdende, seculiere onderwijs de christelijke invloed op de openbare scholen in de VS volledig vernietigd. De negatieve, destructieve impact op de Amerikaanse cultuur was overal te zien. Christenouders en grootouders waren diep gefrustreerd. Kerkleiders vonden, dat er iets moest gebeuren.
Lokale kerken begonnen particuliere, christelijke scholen te vormen. Bezorgde ouders richtten organisaties op om die scholen te sponsoren. Veel christenouders begonnen hun kinderen thuisonderwijs te geven.
Deze ontluikende christelijke onderwijsbeweging werd in het begin sterk belemmerd door het totale gebrek aan op de Bijbel gebaseerde leerboeken en christelijk leerplan-materiaal. Bij de meeste christelijke onderwijsprogramma’s waren christenleraren betrokken die probeerden les te geven met behulp van seculiere, progressieve leerboeken.
Ik heb dat begin ook meegemaakt tijdens het schooljaar 1975-1976. Ik gaf les op een gloednieuwe, christelijke school. Alle leerboeken die ik moest gebruiken, waren wereldse leerboeken. Elke dag moest ik dan ook het materiaal in die boeken aanpassen, corrigeren en aanvullen. Het was een ongelooflijk moeilijke ervaring.
Omdat ze de grote behoefte onderkenden, begonnen uitgeverijen voor christelijke scholen zich te ontwikkelen. Een combinatie van evangelisch elan en het juiste moment leidde tot grote investeringen in de ontwikkeling van christelijke leerboeken en lesmateriaal voor scholen.
Accelerated Christian Education (ACE) (Versneld christelijk onderwijs) begon in 1970. Dit bedrijf ontwikkelde leerplanmateriaal vanaf de kleuterschool tot de 12e klas. De scholen gingen van dat leerplan uit en er was ook traditioneel onderwijs bij betrokken. Het ACE-programma was gemakkelijk voor gebruik bij thuisonderwijs. Het was niet uitzonderlijk dat sommige jonge mensen moeite hadden om zich aan deze nieuwe aanpak aan te passen, maar velen bloeiden met dit curriculum (leerplan) op. Veel kerken vonden deze benadering de meest praktische manier om een christelijke school in hun plaatselijke kerk te onderhouden en veel ouders vonden dit eveneens praktisch om thuisonderwijs te geven.
In 1972 ontstond BEKA-boeken vanuit Pensacola Christian College, een niet-confessionele christelijke hogeschool. Dit programma was ontworpen om tekstboeken en lesmateriaal te bieden in een traditionele setting vanaf de kleuterschool tot aan de 12e klas. Het was geschikt voor thuisonderwijs.
In 1974 werd Bob Jones Press opgericht door de Bob Jones University. Bob Jones was een niet-confessionele, liberaal christelijke universiteit. Het leverde ook tekstboeken en onderwijsmateriaal voor traditionele christelijke scholen en is gemakkelijk aan te passen voor thuisonderwijs.
In de afgelopen vijf decennia zijn deze drie programma’s zeer succesvol geweest. Ze hebben vele duizenden jonge mensen opgeleid. Ze hebben zeer gepassioneerde supporters en promotors. Ook hebben ze uitstekend opvoedkundig materiaal geproduceerd over verschillende onderwerpen.
Andere kleinere christelijke uitgeverijen hebben de hoeveelheid beschikbare bronnen voor christelijk onderwijs in de VS uitgebreid. Het Freedom Baptist-curriculum van Landmark, Alpha and Omega, en Rod and Staff spelen allemaal een belangrijke rol in de christelijke schoolbeweging.
Die opleving van het christelijk onderwijs in de VS ontwikkelde zich buiten de hoofdstroom van de Amerikaanse cultuur. Er waren een aantal pogingen om de christelijke onderwijsbeweging legaal te stoppen. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw moesten in het hele land vele juridische veldslagen worden uitgevochten. Gelukkig wonnen de voorstanders van het christelijk onderwijs slag na slag in de rechtszalen en met de wetgevende macht! Tegenwoordig wordt het meeste christelijke onderwijs in de VS gegeven met weinig inmenging van de staat.
De seculieren controleren nog steeds de openbare scholen, maar het christelijk onderwijs bloeit. Meer dan vier miljoen studenten gaan naar particuliere christelijke scholen en meer dan twee miljoen jongeren krijgen thuisonderwijs. De sluiting van een openbare school vanwege COVID-beperkingen zorgt ervoor, dat steeds meer mensen de keuze voor christelijk onderwijs overwegen.
Een aantal jaren geleden was ik betrokken bij een debat met een leerkrachte van een openbare school in het noorden van Indiana. Ze begon haar presentatie met het citeren van een oud Afrikaans gezegde: “Er is een heel dorp nodig om een kind groot te brengen.” De opvoeding van kinderen is de verantwoordelijkheid van de ouders. Ze willen misschien hulp van school en kerkmensen inroepen, als ze er zeker van zijn dat die hen zullen helpen hun kinderen goed te onderwijzen en op te leiden. Kinderen hebben goede academici, goede voorbeelden en een grondig christelijk wereldbeeld nodig.
De VS was gegrond op het christelijk onderwijs. Tragisch genoeg werd dat onderwijs opgegeven door de hoofdstroom van de Amerikaanse cultuur. Een aanzienlijke minderheid van de Amerikaanse jongeren krijgt tegenwoordig een christelijke opleiding. Moge hun aantal toenemen! Ik vermoed, dat hun positieve invloed in de VS veel groter zal zijn dan je in eerste instantie van hun aantal zou verwachten.
Phil Stringer
Christelijk onderwijs in de Amerikaanse staten (deel 1)
Een blik op de rol van kleuterschool tot 12e klas: christelijk onderwijs in de geschiedenis van de Verenigde Staten!
Goed opgeleide mensen stichtten de vroege staten. Maar hun voornaamste zorg was elke dag te voorzien in de basisbehoeften van dagelijks voedsel, onderdak, warmte en bescherming. De nadruk op overleven en het cultiveren van een wildernis verzwakte de nadruk op formeel onderwijs. Tegen het begin van de 17e eeuw had het analfabetisme van de mannen in de staten bijna 50 procent bereikt en was het algemeen onder vrouwen (naar schatting meer dan 90 procent analfabeet). Dit leverde veel problemen op. Een onmiddellijk probleem was het onvermogen van ieder persoon om de Schrift te bestuderen en dagelijks wijsheid en kracht te putten uit het Woord van God. Het gebrek aan nadruk op geestelijke zaken bevorderde het analfabetisme, en dat veroorzaakte een tekort aan Schriftkennis. De nadruk op de Schrift tijdens de Grote Opwekking leidde echter tot een hernieuwde toewijding aan onderwijs. Mensen beseften, dat lezen belangrijk was voor geestelijke groei. Volgens Thomas Jefferson had in 1770 en de jaren daarna de mannelijke geletterdheid in de staten 99 procent bereikt en was die meer dan 50 procent onder de vrouwen. De toename van die geletterdheid was enorm en de timing was opvallend. Het was tijdens de jaren 70 van de 18e eeuw dat de Verenigde Staten (VS) werden gesticht, een tijd waarin bijna de hele mannelijke en de helft van de vrouwelijke bevolking kon lezen. De VS is gesticht door goed opgeleide mensen.
Het onderwijs was gebaseerd op thuisonderwijs, kerkscholen of gemeenschaps- scholen. Er waren geen grote onderwijssystemen. Een gemeenschapsschool behoorde niet tot de kerk. Het behoorde ook niet toe aan een overheidsinstantie, het was gewoon een school die werd ontwikkeld en beheerd door ouders in een bepaald gebied. Dit gold lange tijd in de VS. Het idee van door de overheid gerunde scholen is relatief recent: de laatste 100-150 jaar.
Vrijwel al het onderwijs in de staten en in de eerste jaren van de VS was christelijk onderwijs. Ouders gaven thuisonderwijs (homeschooling). Plaatselijke kerken trainden jongeren in kerkelijke scholen. Gemeenschapsscholen vertegenwoordigden vaak een soort algemeen christelijk onderwijs. Het fundamentele wereldbeeld van het christendom was echter in de beginjaren van de VS in bijna al het onderwijs gebruikelijk!
De opkomst van de openbare scholen
Er is een opvallend verschil tussen geloof in God en geloof in de regering. Als mensen in opstand komen tegen God, beginnen ze een steeds krachtiger regering te eisen om Gods plaats in te nemen. Geloof in de regering is socialisme.
Tijdens de jaren 1830, 40 en 50 werd de VS de thuisbasis van een aantal socialistische bewegingen. Voor sommigen verving blind geloof in de macht van de regering het geloof in God en de leer van persoonlijke verantwoordelijkheid jegens de Schepper. Er werden verschillende pogingen ondernomen om “gemeenschappelijke” of socialistische nederzettingen te vestigen.
In Indiana richtte de socialistische woordvoerder Robert Owen New Harmony (NH) op. De mensen in NH hadden alles gemeenschappelijk. Er moest geen concurrentie meer zijn. Iedereen werd geacht samen te werken in plaats van met elkaar te concurreren. Men geloofde, dat iedereen in geluk en vreugde zou leven. NH zou het paradijs zijn. De vestiging duurde echter minder dan een jaar.
In Massachusetts duurde een soortgelijke nederzetting, Brook Farm, vijf jaar.
Ook in Massachusetts was de nederzetting Fruitlands niet alleen gebaseerd op socialisme, maar ook op “dierenrechten”. Het doden van dieren was niet toegestaan. Dieren kregen zelfs dezelfde rechten bij de voedselopslagplaats als mensen. Deze nederzetting duurde maar een paar maanden.
Hoewel de praktische experimenten met het socialisme in Amerika mislukt waren (consistent met het socialisme in de hele wereldgeschiedenis), groeide het geloof in het socialisme. Veel Amerikanen waren van mening dat deze socialistische experimenten mislukten, omdat mensen onvoldoende waren voorbereid op een “nieuwe samenleving”. Dit is het fundamentele doel van het Amerikaanse openbare schoolsysteem. Socialisten voerden campagne voor overheidscontrole op scholen en beloofden, dat universeel openbaar onderwijs de problemen van misdaad en armoede zou oplossen.
Veel mensen waren zich niet bewust van het echte doel van de socialisten bij het opzetten van staatsonderwijs, of wat ze werkelijk geloofden. Veel evangelische christenen sloten zich bij het verzoek om overheidsscholen aan, omdat ze naïef dachten, dat dit de beste manier was om de christelijke cultuur van Amerika te behouden. Volgens het Woord van God zijn het echter de ouders en de kerken die verantwoordelijk zijn voor de opleiding van jongeren. Zelfs de beste openbare scholen waren niet Gods plan. Vóór het begin van de 20e eeuw boden leerboeken op openbare scholen Bijbelse training aan en scholen moedigden het christendom aan, maar dit is geen verantwoordelijkheid die in handen van de overheid ligt. Voorheen werd het onderwijs gecontroleerd door ouders, kerken of lokale gemeenschappen. Christenen die deze fundamentele verandering steunden, veroorzaakten een strategische dwaling.
In 1830 had de socialistische voorstander Robert Owen geschreven:
“Daar de resultaten van godsdienst, zoals die tot nu toe zijn onderwezen en zijn ingeprent op de mens, zullen worden gevolgd door al hun vertakkingen, zal ontdekt worden dat religie de werkelijke oorzaak is van alle verdeeldheid, haat, onbarmhartigheid en misdaad, die de bevolking van de aarde heeft doordrongen .. “
Hierin heeft Owen de oorzaak van alle sociale problemen in de wereld aan religie toegeschreven. Als mensen niet verdeeld waren door religie, geloofde Owen, dat deze problemen zouden verdwijnen. Dat concept was een belangrijk argument van het openbare schoolsysteem: om mensen een gemeenschappelijke cultuur te geven.
Zijn zoon, Robert Dale Owen, schreef :
“Ik geloof in een nationaal systeem van gelijk, republikeins, beschermend, praktisch onderwijs, de enige hersteller van een roekeloze tijd, en de enige verlosser van ons lijdende land van de vloek van ijzingwekkende armoede en corrumperende rijkdom, van knagende behoefte en vernietigende losbandigheid , van blinde onwetendheid en van gewetenloze intriges.”
Hij voelde blijkbaar ook, dat de enige oplossing voor onze problemen een openbaar schoolsysteem was.
Horace Mann, vaak de “vader van de openbare school” genoemd, schreef:
“De openbare school is de grootste ontdekking die ooit door de mens is gedaan: we herhalen het, de openbare school is de grootste ontdekking die ooit door de mens is gedaan. Laat de openbare school uitgebreid worden volgens zijn mogelijkheden, laat die werken met de efficiëntie die mogelijk is, en negentig procent van de misdaden in het wetboek van strafrecht zou achterhaald zijn … “
Als “de grootste ontdekking ooit” wordt de openbare school boven de Bijbel, het christendom, het kapitalisme of een vrije republiek geplaatst. Hiermee speculeerde hij, dat negentig procent van de misdaad zou verdwijnen! Nogmaals, de openbare school wordt aangeprezen als de oplossing voor al onze problemen.
“… De lange lijst van menselijke kwalen zou ingekort worden; de mensen zouden overdag veiliger lopen; elk kussen zou ’s nachts ongeschonden zijn; eigendom, leven en reputatie in handen van een sterker gezag; alle rationele hoop met betrekking tot de toekomst zou helderder worden.”
Mann had dit geschreven, voordat er een staatsschool was. Vandaag, na 150 jaar testen van het systeem, gaat dezelfde retoriek door. Maar hoe goed heeft het gewerkt?
Francis Wright, feministe, socialiste en leerkracht aan een staatsschool schreef:
“Nationaal, rationeel onderwijs is gratis voor iedereen ten koste van iedereen; uitgevoerd onder voogdij van de staat, en voor de eer, het geluk, de deugd, de redding van de staat … Richt je ogen op het grote doel: de redding en het herstel van de mensheid door middel van de rationele opvoeding en bescherming van de jeugd … “
Francis Wright schrijft de redding en het herstel van de mensen toe aan het openbare schoolsysteem! Hier is het constante conflict dat bestaat tussen geloof in de regering en geloof in God. De vraag is niet wat ons zal redden; de vraag is Wie ons zal redden. Dit is het dramatische verschil. Maar zelfs de beste openbare school gaat voor het bovenstaande doel.
Marshall McLuhan zei ooit:
“Als je kijkt naar het geweldige potentieel van onze openbare scholen om onze kinderen onderwijs te geven, ben je niet blij.”
Zijn punt is dat veel kinderen die deze scholen bezoeken, de boodschap die wordt onderwezen nooit echt begrijpen en zo veel beter af zijn.
Orestes Brownson, een leider in de socialistische beweging Owenite (Robert Owen) schreef:
“Het grote doel was om van het christendom af te komen en onze kerken om te vormen tot wetenschappelijke zalen. Het plan niet openlijke aanvallen op religie uit te voeren, hoewel we de geestelijkheid zouden kunnen overrompelen en hen waar mogelijk in minachting zouden kunnen brengen, maar om een staatssysteem op te zetten, – we zeiden nationale – scholen waar alle religie moest worden buitengesloten, waarin niets anders moest worden onderwezen dan zulke kennis die door de zintuigen kan worden geverifieerd en waartoe alle ouders wettelijk moesten worden gedwongen om hun kinderen daarheen te sturen. “
De invloed van de christelijke cultuur en het christelijke wereldbeeld in de VS legde echter grote druk op de openbare scholen. Leraren konden vaak christelijke waarden onderwijzen en christelijk onderwijs was vaak een factor op die scholen. Buiten de openbare school was er weinig christelijk onderwijs voor de periode van de kleuterschool tot de 12e klas. Er was nog steeds veel christelijk denken in het openbare schoolsysteem en de meeste ouders waren daar tevreden mee.
Sommige leerkrachten pleitten voor openbare scholen met een meer seculiere benadering. Dit debat zou een eeuw duren. In 1892 gaf de Kansas Teachers Union deze verklaring:
“Het Amerikaanse onderwijs werd ‘in de schoot van de kerk gekoesterd’ … Als de studie van de Bijbel uitgesloten moet worden van alle staatsscholen, als het inprenten van de principes van het christendom geen plaats mag hebben in het dagelijkse programma, als de aanbidding van God geen deel uitmaakt van deze openbare basisscholen, dan zou het welzijn van de staat beter gediend zijn door alle scholen weer onder kerkelijke controle te brengen.”
dr.Phil Stringer
In een tweede artikel met als titel “De progressieve seculiere beweging neemt het onderwijs over” zal de heer Stringer verder over het onderwijs in de VS schrijven.
Tatoeages en piercings – een onschadelijke jeugdmode?
Naar schatting zijn er al meer dan drie miljoen Duitsers getatoeëerd. Een stijgende trend. De symbolen variëren duizendvoudig, van slangen, elfen, doodskoppen tot rozen. Deze tatoeages (of tatoeëring) zijn vooral populair bij jongeren. Zo schrijft een dagblad onder de kop ‘Afbeeldingen die onder je huid kruipen’: „Fans van de bodycultus zoeken voor de ultieme kick, naar nieuwe uitdagingen in de 2000 tattoo-studio’s. Wat je leuk vindt, is toegestaan: bodypainting, neusringen, metaalpiercing op alle delen van het lichaam.”
Tegelijkertijd worden steeds meer bizarre vormen aangeboden, waarvan sommige ook pijnlijk zijn. Een nieuwe trend is “branden”, waarbij de “slachtoffers” veel moeten doorstaan, als een tot 1000 graden verhit stempel tegen hun huid drukt. Voor nog hardere types is er de “tatoeage tuckering”, waarbij metalen clips in de huid worden geklikt. Conclusie: Wat vroeger als straf, vernedering, misvorming of het merken van slaven werd gezien of beoefend, wordt nu als “cool” beschouwd en het wordt steeds populairder. Zo schrijft weer een seculier blad over het onderwerp piercing: een ring door de neus, de navel of in het genitale gebied is “in”.
Ook naar ringen in de oren van jonge mannen is er steeds meer vraag. Het is intussen snel een tienermode geworden. Het wordt twijfelachtig, als ook personen die met de Bijbel rekening houden zich op deze manier “uiten“; vooral gezien tegen de achtergrond dat de eerste mannen, die met zulke “sieraden” in hun oren verschenen, homoseksuelen waren in de jaren zestig. Het was destijds hun identificatie-teken. Natuurlijk denken de gelovige tieners daar niet over na en heeft het deze betekenis niet meer. Maar kan men de wortel van een ontwikkeling volledig negeren?
Ringen in het oor en ook in de neus van de Israëlitische vrouw golden echter volgens de Bijbel als sieraad (Ez 16:12) en, vooral de neusring, als symbool van de onderwerping van de vrouw aan het gezag van de man of een ander (Genesis 24:47). De Bijbel gebruikt dit beeld dan ook elders als symbool voor oordeel, in dit geval over het leger van Assyrië. Omdat u tegen Mij tekeer bent gegaan, en uw hoogmoed is opgeklommen tot in Mijn oren – zal Ik Mijn haak in uw neus slaan … “ (2 Koningen 19:28; Jes 37:29).
Ten tijde van het Oude Testament kreeg een slaaf die bij zijn meester wilde blijven, een priem door zijn oor als teken van zijn vrijwillige onderwerping, Zo zal hij hem voor eeuwig dienen. (Exodus 21: 6 en Deuteronomium 15, 17).
Kan hier een parallel, geen dogmatische verklaring, worden overwogen? Is dit mogelijk een kenteken dat je jezelf als slaaf, bewust of onbewust, aan iemand anders ter beschikking hebt gesteld? De Bijbel spreekt over het feit dat er een onzichtbare slavenhouder is die mensen door zonde aan zich bindt en noemt hem de “de god van deze eeuw” (Johannes 8:34 en 2 Kor 4: 4).
Insiders noemen de jaren negentig het decennium van de homoseksuelen. Misschien zullen toekomstige kerkhistorici ons decennium datgene noemen waarin het (westerse) christendom zich het snelst heeft aangepast aan de tijdsgeest.
Tatoeage was vroeger het kenmerk van de demi- en onderwereld en werd vooral gezien bij strafgevangenen. Deze praktijken waren afkomstig van inheemse volkeren die, voornamelijk om religieuze en culturele redenen, zichzelf zulke huidveranderingen toebrachten.
In Gods Woord zijn kerven of snijden in de huid, tot op zekere hoogte de voorlopers van de geavanceerde technieken en praktijken van vandaag, uitdrukkelijk verboden (Leviticus 19:28; 21: 5). U bent kinderen van de HEERE, uw God. U mag uw lichaam vanwege een dode niet kerven of een kale plek maken tussen uw ogen (Deuteronomium 14: 1).
Dergelijke handelingen werden in de heidense wereld gewoonlijk beoefend in verband met rouw om een overledene. De waarschuwingen in de Schrift zijn niet zonder reden, hoewel de Bijbel geen diepere verklaring geeft voor dat verbod. De commentatoren op deze mozaïsche passages zijn echter tamelijk unaniem in hun interpretatie. De Wycliff Bible Commentary zegt over het gebod in Leviticus 19:28: “Het verbood elke opzettelijke misvorming van de persoon. Zowel de incisies (= sneden in het lichaam) als de lichaamstatoeages werden door de heidenen gepraktiseerd.” (Wycliff Bible Commentary, S.101).
Een andere commentator schrijft over dezelfde passage in de Bijbel: „De praktijk van insnijdingen in het gezicht, armen en benen als uiting van verdriet was universeel onder de heidenen verbreid. Het werd gezien als een teken van respect voor de dode, maar ook als een verzoeningsoffer voor de goden die over de dood heersten. De Joden hadden deze gebruiken in Egypte geleerd en liepen gevaar daarin terug te vallen (Jer 16:6; 47:5). Tatoeages waren ook geassocieerd met de naam van demonen en waren een permanent teken van afval of rebellie. ”
Of zulke scherpe uitspraken gedaan kunnen worden, kan ik niet beoordelen. Maar het moet tot nadenken stemmen, dat de tattooboom hand in hand gaat met het opbloeien van heidense, esoterische stromingen. Het is daarom opmerkelijk dat de Bijbel over deze praktijk spreekt in verband met het oordeel van God over het volk (Jer 41:5; 48:37). Daarom moeten christenen zich onthouden van elke vorm van tatoeage. Een informatieblad over hetzelfde onderwerp schrijft: “Voorgangers weten te melden dat mensen met tatoeages die Christus vinden altijd ‘instinctief’ het gevoel hebben dat hun huidafbeeldingen niet passen bij hun nieuwe status als kinderen van God.”
In verband met Deuteronomium 14: 1 schrijft dezelfde commentator: “Hoewel deze daden op zichzelf onschuldig kunnen lijken, waren ze geassocieerd met praktijken en overtuigingen die tegen God waren.”
Insnijdingen in de huid om de religieuze vervoering te vergroten, beschrijft 1 Koningen 18:28. Dit vers vertelt hoe de Baälpriesters rond hun altaar dansten en hun lichamen kerfden, totdat ze bloedden en in extase kwamen. The Wycliff Bible Commentary merkt bij de techniek van het bereiken van een spirituele “verheerlijking” door middel van dans op: “Zelfs vandaag de dag zijn dergelijke praktijken niet onbekend bij bepaalde dansende derwisjen” (idem, p. 333).
Menig ‘christelijk’ festival of jeugdbijeenkomst herinnert, wat in ieder geval de lichaamsbewegingen betreft, op een verrassende manier aan een dergelijke optreden van Baäl-priesters, waarbij men volgens oeroude heidense methoden probeert een veranderde bewustzijnstoestand te creëren. De bedwelmende gelukzaligheid die hiermee samenhangt, wordt gezien als een werking van de Heilige Geest, omdat, zo wordt beweerd, “het een christelijk concert was dat men bijwoonde”. Bij de waarschuwing van Paulus in 1Cor 10:7 vermeldt de Bijbel o.a. hoe de mensen “spelen”. Het werkwoord ‘paizo’ dat in het Grieks wordt gebruikt, betekent letterlijk ‘zich gedragen als een kind’ en kan worden vertaald als ‘springen, huppelen, dansen’.
Nog een angstaanjagende gedachte dringt zich op. In hoofdstuk 13 van het boek Openbaring staat de beroemde profetie, hoe aan het eind der tijden uiteindelijk iedereen het getal van het afgoddelijke dier moet accepteren. Er komt dus een soort ‘globale tatoeage’ of ‘massapiercing’ of hoe ook de etikettering van mensen uitgevoerd wordt. Volgens de huidige stand van ontwikkeling heeft men de indruk, dat deze generatie steeds minder bang is voor zo’n “brandmerk “.
Uit: Der schmale Weg Nr. 3 / 2017, auteur Alexander Seibel
“Vaders, waar zijn ze?”
Een keurig ingebonden boekje met 22 korte hoofdstukken (98 bladzijden). De schrijver, Klaus Güntzschel, is zelf vader van 6 kinderen en een deel van de opvoeding vond plaats onder het communistische en atheïstische regime in Oost- Duitsland. Heeft hij ons dan wat te vertellen ? Ik denk het wel. Een op de Bijbel gefundeerde opvoeding in
een soms moeilijke omgeving waarin hij en zijn vrouw radicale keuzes moesten maken die ongebruikelijk waren in hun omgeving. Aan de hand van het Bijbelboek Spreuken, de eerste negen hoofdstukken, neemt hij de lezer mee op een wandeling langs thema’s als luisteren, gehoorzamen, vermanen, de vreemde vrouw, je eigen vrouw, wijsheid, de vreze des Heren en het bewaren van het hart. Hij trekt daarbij lijnen zoals Salomo zijn eigen zoon aansprak. Aan de ene kant een ongelukkige parallel, omdat Salomo niet zo’n goede opvoeder, voorbeeld en vader lijkt te zijn geweest. Aan de andere kant als we in Salomo een beeld mogen zien van de Wijsheid, dus van God zelf, dan spreekt de parallel wel tot ons. Ik moest als lezer een beetje op gang komen, maar naarmate ik verder in het boek las, werd de spiegel steeds helderder. De korte hoofdstukken stellen je in staat om de boodschap en de veelvuldig gebruikte Bijbelteksten (uit de HSV) tot je door te laten dringen.
Het ontbreekt ook niet aan praktische reflectie en soms handvatten om mee aan de slag te gaan. In het twaalfde hoofdstuk neemt de schrijver ons mee naar Psalm 119. Dit is verreweg het langste hoofdstuk waarin hij een mooie balans weet te vinden tussen praktische instructies die voortkomen uit een liefde voor Gods Woord. Zeker in onze
postmoderne tijd waar de Bijbel steeds minder de basis is van opvoeding en het vaderschap is deze liefde voor het woord, of moet ik schrijven het Woord essentieel. Na dit hoofdstuk gaat hij verder over de vermaning en het
beschermen van je hart. Vervolgens komt dan opnieuw de “vreemde vrouw” om de hoek kijken. Verleiding, pornografie, losbandigheid en overspel worden dan vanuit de Bijbel geadresseerd. Wat is het belangrijk om deze verzen in je eigen leven uit te leven en je kinderen in te prenten.
Van mij had het hoofdstuk over “Verblijd je over de vrouw van je jeugd” wat langer mogen zijn. Tegen het einde van het boek onderstreept hij het belang om de Heere te vrezen. Dit op basis van een voorhangsel dat gescheurd is en onze toetreding tot God. Als wij als vader God onder ogen (durven) komen, dan zullen we zeker ernst maken met onze rol en dan zullen we pas kunnen rusten als onze eigen kinderen ook leven in relatie met hun hemelse Vader.
‘Vaders’ – een ras dat met uitsterven bedreigd wordt? Maakt onze samenleving na het huwelijk ook het gezin kapot? Zijn niet talloze kinderen ‘vaderziel alleen’? De Bijbel toont ons precies waar het probleem van nú zit. God wil, dat de harten van de vaders en die van de kinderen weer bij elkaar komen! De auteur is enthousiast over het vader mogen zijn. Met hart en ziel schreef hij dit pleidooi voor het vaderschap. Auteur: K. Güntzschel, 98 pagina, uitg. Daniël, € 6,50. Zie de webshop van Bijbel & Onderwijs.
Ing. S. van der Meer
Faalangstreductietraining
Een beoordeling
Sommigen gebruiken letterlijk deze trainingssoort, terwijl andere deels hetzelfde concept aanhouden. Het “probleem” is dat het niet één soort training is, er zijn meerdere soorten die faalangstreductietraining heten. Er zijn echter verschillende overeenkomsten tussen de trainingen. Van diverse sites en instanties die de training geven, staan onderaan drie punten die wat inzicht geven in de methodes die gebruikt worden. Het lijkt erop, dat coaching-websites tegenwoordig een zo minimaal mogelijke uitleg geven van de oefeningen en de achtergronden van de training. Voorheen werden achtergronden en soorten oefeningen uitgebreid beschreven. Wat opvalt, is dat er gebruik gemaakt wordt van andere trainingen zoals NLP en Rots en Water training. Dit zou een versterkend effect hebben op faalangstreductietraining. Als je alle informatie van de diverse organisaties doorleest, dan komt het er in het kort op neer, dat er vanuit de diverse coachingtrainingen er allerlei onderdelen zijn samengevoegd met als doel faalangst te verminderen. Onderdelen kunnen komen vanuit mindfulness[i], RET, NLP[ii], maar ook uit de Kanjertraining[iii]. Diverse punten worden tot één specifieke training samengesmolten. In de praktijk is het niets anders dan een verzameling van alles wat er binnen het psychologische werkveld te vinden is, en dan gemixt met Oosterse meditatie-invloeden.
Hieronder staan van drie sites de meer specifieke methodes die gebruikt worden.
1)
2)
3) Aan de hand van creatieve oefeningen en lichaamsgerichte oefeningen (aanraking, energetische oefeningen, ademhaling, ontspanning en psychomotorische oefeningen), (toneel-) spel en gesprekken leren de kinderen “voelen” waar hun sterke kanten zitten en wat zij nodig hebben om met hun angsten om te gaan.
[i] https://bijbelenonderwijs.nl/occult-en-licht/mindfulness-een-wolf-in-schaapskleren/
[ii] https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/nlp-een-nieuwe-godsdienst/
[iii] https://bijbelenonderwijs.nl/bijbel-en-onderwijs/waar-blijft-het-normerend-en-wetenschappelijk-denken-bij-de-kanjertraining/
Methode seksuele vorming
Wonderlijk gemaakt
Inleiding
In de vorige twee magazines hebben we stil gestaan bij seksualiteit vanuit de Bijbel. In dit derde en afsluitende artikel willen we praktische gedachten en handvatten geven over seksuele opvoeding. Dit doen we vanuit een vraag- en antwoordsessie met P.M. (Elly) van der Gouwe-Dingemanse (Gezinspedagoog en adviseur seksuele vorming bij Driestar onderwijsadvies, medeauteur van verschillende producten onder de naam “Wonderlijk gemaakt”, gericht op relationele en seksuele vorming vanuit christelijk perspectief)
Wonderlijk Gemaakt
1. Als God de man en vrouw perfect geschapen heeft waarom is seksuele voorlichting dan nog nodig? Anders dan te waarschuwen voor de zonde?
Wij geloven, dat de Heere God de Schepping in ontwikkeling geschapen heeft. Kinderen komen niet zoals Adam en Eva volwassen in deze wereld. Ze worden ontvangen en geboren als kleine afhankelijke kwetsbare persoontjes, die veel liefde en begeleiding nodig hebben om volwassen te worden. Dus opvoeding en vorming is nodig. Zoals je kinderen leert eten, aankleden, fietsen, zo leer je hun ook omgaan met relaties en seksualiteit. Het waarschuwen voor alle gevaren en zonde is dan onderdeel van die relationele en seksuele vorming.
2.Is het de taak van de ouders, de school en/of de kerk om seksuele voorlichting te geven?
Allereerst is opvoeding natuurlijk een taak van het gezin, de ouders. In Westerse samenlevingen is het gezin van ouders en kinderen ver geïndividualiseerd, waar het leven in grootfamilies in veel culturen heel normaal is. Dat is één van de redenen dat juist ook de school als verlengde van het gezin en de kerk als deel van de gemeenschap een rol kunnen spelen bij relationele en seksuele vorming. Op school geeft de groep van leeftijdsgenoten weer een andere dynamiek dan thuis en tegelijk kan de school of kerk een vangnet zijn voor kinderen die thuis niet gevormd of juist beschadigd worden op het vlak van relaties en seksualiteit. Daarnaast leren kinderen en jongeren heel veel van wat ze om zich heen zien en horen, op straat, van leeftijdsgenoten, media en dergelijke. Het is van belang daar als ouders en school op afgestemd te zijn, op te reageren en waar nodig tegenwicht te bieden bij misinformatie.
3.Kun u iets vertellen over gewetensontwikkeling bij kinderen m.b.t. seksualiteit?
Bij Wonderlijk gemaakt sluiten we aan bij de ontwikkeling van kinderen op allerlei gebieden, zowel de lichamelijk, cognitieve, sociaal-emotionele, seksuele als morele ontwikkeling is van belang. Gewetensontwikkeling wordt ook wel morele ontwikkeling genoemd, en dan wordt vaak gedacht vanuit de stadia van Kohlberg[i]. Rond seksualiteit kun je dat ook toepassen door bij jonge kinderen vooral te richten op eenvoudige regels (bijv. niet met vreemden meegaan), en bij oudere kinderen ook meer te vertellen over de wetten en regels, de normen van bepaalde groepen, zodat je hen helpt om uiteindelijk hun eigen (Bijbelse) waardepatroon te ontwikkelen en dat ze vanuit hun eigen evenwichtige (Bijbelse) principes kunnen handelen, ook rond relaties en seksualiteit.
4.Wat is de beste leeftijd om seksuele voorlichting te geven?
Vorming is een voortdurend proces dat het best zo vroeg mogelijk gestart wordt en dat niet ophoudt. Kinderen moeten ervoor open staan. Aan jonge kinderen kun je thuis al veel dingen laten zien – denk aan liefde en trouw – en kleuters zijn erg nieuwsgierig naar de verschillen tussen jongens en meiden. We adviseren om jong te beginnen en juist rond de leeftijd van 8 jaar al informatie over bijvoorbeeld geslachtsgemeenschap te vertellen en dat dit tot het privédomein behoort. Deze leeftijd is belangrijk, omdat kinderen nog erg nieuwsgierig zijn en openstaan voor informatie van ouders, terwijl ze vanaf ongeveer 8 jaar ook meer schaamte ontwikkelen, meer bewust worden van hun eigen identiteit, waardoor open gesprekken lastiger kunnen worden. Daarnaast is de kans dan groter dat je zelf als ouders de eerste bent met het eerlijke verhaal en op de manier zoals jij het wilt delen met je kinderen. Ook de weerbaarheid kan dan aan bod komen.
5.Is er nog ruimte voor kinderen om hun eigen lichaam en seksualiteit te leren kennen?
Ja, het past bij de ontwikkeling van een gezond zelfbeeld om het eigen lichaam en de seksuele gevoelens die zich gaan ontwikkelen te leren kennen. Als je dat op goede manieren begeleidt, geeft dat kinderen meer verwondering richting de Schepper en het besef van eigen waardigheid, wat beschermend kan werken tegen negatieve en of beschadigende ervaringen rondom relaties en seksualiteit (zoals negatief zelfbeeld, situaties van grensoverschrijdend gedrag e.d.).
6.Hoe verhoudt intimiteit zich in een relatie met het geweten van de afzonderlijke individuen?
Intimiteit is er in vele vormen. Samen genieten van een mooi landschap (esthetische intimiteit), samen een potje voetballen (sociale intimiteit), een knuffel geven (fysieke intimiteit), maar ook geslachtsgemeenschap (seksuele intimiteit) om er paar te noemen. Seksuele intimiteit is iets persoonlijks en in een relatie iets van samen. Het is belangrijk in de verkeringstijd, zodat binnen veilige kaders van kwetsbaarheid, oog voor elkaar, rekening houdend met iemands grenzen een relatie zich kan ontwikkelen. Ieders afzonderlijke geweten speelt dan een rol.
7.Kan seksuele voorlichting ook zonder visuele plaatjes of filmpjes?
Ja dat kan, door de liefdevolle houding van ouders en door eenvoudige gesprekjes en boeken kun je kinderen veel meegeven. Maar in deze informatiemaatschappij krijgen ze ontzettend veel visuele prikkels, zowel op straat als online. Het is dus ook behulpzaam om visueel materiaal te gebruiken voor de voorlichting van kinderen. Rondom hun eigen lichaam en dat van het andere geslacht is het bijvoorbeeld echt belangrijk dat ze begrijpen hoe dat van buiten en van binnen in elkaar zit, om daar ook op een goede manier mee om te kunnen gaan. Als dingen onduidelijk blijven, kun je ze beperken in hun begrip en weerbaarheid. Of ze gaan mogelijk zelf zoeken naar beelden. En voor sommige kinderen, ik denk aan kinderen met een verstandelijke beperking of autistische kinderen, is visueel materiaal noodzakelijk, omdat abstracte gesprekken hen niet helpen.
8.Waarom lopen zoveel relaties stuk? Is dit een gebrek aan voorlichting of een verkeerde voorlichting?
Tja, wie ben ik om daar wat over te zeggen. Ik zou zeggen dat dit in de kern een gevolg is van de zonde in de wereld. De loskoppeling van seksualiteit, liefde en voortplanting, door de opkomst van anticonceptiemiddelen heeft bijgedragen aan het verval van het besef dat seksuele gemeenschap het best tot zijn recht komt in veilige, trouwe, liefdevolle relaties. Vanuit neurowetenschappen[ii] wordt gezegd, dat vroege en verschillende seksuele contacten negatieve gevolgen hebben voor het latere welzijn en het kunnen onderhouden van duurzame relaties. Wel geloof ik, dat goede voorlichting en goede voorbeelden in het leven van kinderen veel impact kunnen hebben.
9.Hoe kunnen kinderen gewaarschuwd worden voor parafilische[iii], on-Bijbelse gedragingen in onze maatschappij en de verschuivende opvattingen hierin?
Wij blijven met name dicht bij de leefwereld van kinderen en jongeren en richten ons op wat ze zelf tegen kunnen komen online en in het dagelijks leven. Daar valt natuurlijk ook onder wat in de maatschappij speelt of in het nieuws aan de orde komt. Dan helpen we kinderen ook om die begrippen te begrijpen. Dichter bij de leefwereld van jongeren is het zeker goed om hen bewust te maken van de gevolgen van seksueel gedrag, grenzen en instemming. Bijvoorbeeld dat tongzoenen in de basis ‘het binnendringen van andermans lichaam is’ en als dat ongewenst of onder dwang gebeurt juridisch gezien verkrachting is. Wij blijven denken vanuit de vormende, preventieve en positieve kant van relaties en seksualiteit. In de open Nederlandse maatschappij is het noodzakelijk om kinderen en jongeren eerlijk voor te lichten over wat er speelt en welke gevaren daaraan kleven. Pornografie geeft een fout beeld van seksualiteit en kan nadelige gevolgen hebben voor alle betrokkenen en hun naasten. Door kinderen en jongeren eerlijk te informeren en door hun de juiste tools mee te geven, ontwikkelen ze weerbaarheid. Ze zullen dan beter in staat zijn als zij in contact komen met pornografie, dit als zodanig te herkennen, er afstand van te nemen en hulp in te roepen, als dat nodig is.
10.De WHO heeft een standaard opgesteld waarin voorlichting verschuift naar vorming waardoor ook vaardigenheden en houding t.o.v. seksualiteit voor kinderen v.a. 0 t/m 18 jaar wordt aanbevolen. Hoe kunnen ouders, scholen en kerken hiermee omgaan?
Dat het gaat om vorming in plaats van voorlichting, is juist één van de kernen van Wonderlijk gemaakt. Met voorlichting alleen – het vertellen of laten lezen van de technische informatie – doe je geen recht aan de grootte van de thema’s, waarbij niet alleen kennis, maar juist ook emoties, houding en bijvoorbeeld normen en waarden een rol spelen. Ik denk dus, dat het juist belangrijk is dat ouders, scholen en kerken beseffen dat het om vorming gaat, en dat je er met een keertje voorlichting niet bent. Vorming is iets wat per definitie plaatsvindt. Kinderen leren heel veel uit observatie. Met je gedrag als ouder, wat je wel of juist niet zegt of doet, hoe je met anderen omgaat, geef je je kind dus ook boodschappen mee over relaties en seksualiteit. De vraag is dus niet zo zeer of we kinderen moeten vormen, maar hoe we kinderen willen vormen. Wat willen we hen graag meegeven over deze thema’s?
11.Hoe verhoudt zich het ouderlijk gezag met de leerplicht als het gaat om seksuele voorlichting?
Over het algemeen hebben ouders een school gekozen die aansluit bij hun levensovertuiging, waarbij wat de school doet op het vlak van Bijbels onderwijs en ook seksuele vorming grotendeels aansluit bij thuis. Ik hoor eigenlijk zelden, dat ouders hun kinderen willen onttrekken van het onderwijs rond relaties en seksualiteit, behalve soms als ze hun kinderen op seculiere scholen hebben.
12.Wat is de taak en wat zijn de grenzen van de overheid als het gaat om bemoeienis met de seksualiteit van een individu?
Dat is in feite een politieke vraag. Als pedagoog zie ik het als taak dat we kinderen vormen, met inachtneming van de door de overheid gegeven kaders. In Nederland geeft dat op dit vlak soms wat uitdagingen, met verscherpte kerndoelen rond seksualiteit en seksuele diversiteit bijvoorbeeld. Tegelijk geeft dat ook kansen, omdat het onderwerp daarmee ook op de agenda van christelijke en reformatorische scholen komt en daarmee hopelijk meer kinderen op een positieve en evenwichtige manier gevormd worden. We zijn blij met de ruimte die we juist in Nederland ook krijgen om dit vorm te geven vanuit de eigen christelijke levensovertuiging.
P.M. (Elly) van der Gouwe-Dingemanse
[i] https://nl.wikipedia.org/wiki/Lawrence_Kohlberg
[ii] https://nl.wikipedia.org/wiki/Neurowetenschap#cite_note-5
[iii] Parafilie is de verzamelnaam van een groep seksuele gedragingen of fantasieën die over het algemeen als afwijkend van de heersende normen worden beschouwd. https://nl.wikipedia.org/wiki/Categorie:Parafilie
Qigong en de achtdelige brokaat-oefeningen
Qigong heeft verborgen verbanden met het confucianisme, het boeddhisme en het taoïsme.
Seiyou
Japans voor ontspannen, herstel
Bijbelse duiding en weerlegging